Medegezant Menshikoff wordt ondergebracht

Nadat Peter de Grote na acht dagen op 25 augustus besluit Zaandam te verruilen voor een verblijf in Amsterdam op de VOC-werf, komt hij volgens Nomen en Scheltema nog enige malen terug naar Zaandam. Onder andere omdat een aantal man uit zijn gevolg door hem te werk gesteld zijn bij Zaanse bedrijven. De mannen zijn niet de minsten: onder hen graaf Golofkin, prins Kourakin en Alexander Menshikoff zijn vertrouweling.

n

Menshikoff kwam te werken op een mastenmakerij. Waar de mastenmakerij van Gerrit Jans Stuurman precies was, is onbekend, maar op het Krimp waren veel bedrijfjes gevestigd die als toeleverancier voor de werven werkten. Tijdens het eerste bezoek heeft Peter de mannen uit zijn gevolg al onder gebracht in een stenen burgerwoning van Jacob van der Linden op het Zilverpad 9, het lijkt erop alsof de mannen daar gebleven zijn. Het Zilverpad is in 1858 met het Geldelozepad, samengevoegd tot de Gedempte Gracht, die als onderdeel van het project Inverdan nu weer zijn gracht terugkrijgt.

Detail uit 19de eeuwse centsprent

Plaatje 9 uit 19de eeuwse centsprent ‘Eenige bijzonderheden uit het leven van Peter den Grooten’, drukkerij T.C. Hoffers te Rotterdam, collectie Gemeentearchief Zaanstad

Detail uit 19de eeuwse centsprentDetail uit 19de eeuwse centsprent

Tekst Scheltema 1814

Menzikoff werd door den Czaar besteld bij Gerrit Jans Stuurman, op het mastenmaken, de beide anderen bij Paulus Theuwissen, op het bootenmaken. De tolk zeide, aangaande den derden of minst bekenden [prins Kourakin] , den baas: Gij moet dien heer wel tracteren, want hij is een van de grootste heeren, een Prins van Moscovien; het welk Menzikoff, die het Hollandsch kende, afkeurde. De tolk hernam: Het zal dien heer niet schaden dat men wete van welken hoogen stand hij is: hij zal er te meer om geëerd, te beter om behandeld worden. […] Op den negenden kwamen de Russische heeren met hunne goederen te Zaandam, en tegen dadelijk aan den arbeid; de beide bootenmakers klaagden in den beginne bitter over hunne handen, die aan geen werken gewoon waren. Dit herstelde zich echter. De minst bekende hunner werd ziekelijk, en erlangde in Wijnmaand vrijheid, om naar Rusland te rug te keeren. Menzikoff slaagde beter in het werk. Hij werd eens door den Czaar op de mastwerf bezocht, wanneer dezelve hem den dissel of het haalmes uit de handen nam, en trots den besten mastenmaker arbeidde. Hij erlangde vervolgens de gunst, om bij den Czaar op de werf te Amsterdam te komen. Gelofkin bleef onafgebroken te Zaandam, behalve dat hij eens zijnen broeder, die te Utrecht het maken van vuurwerken leerde, bezocht. Voor hen was een huis gehuurd op het Vinkenpad. te West-zaandam, toen en thans nog de steenen kamer genoemd. Zij leefden aldaar, zegt Noomen, lustig en vrolijk, met een’ smulligen kok, een’ muzijkant, die kunstig en fijn speelde, en een’ Priester.

Publicatiedatum: 01/03/2013

Aanvullingen

Vul deze informatie aan of geef een reactie.

Plaats een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Vereiste velden zijn gemarkeerd met *. Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.