Maatschappij tot Nut van het Algemeen

In deze zestiende aflevering van Oneindig Noord-Holland duiken we in de geschiedenis van de Maatschappij tot Nut van ’t Algemeen. Deze vereniging stamt uit de achttiende eeuw en bestaat nog steeds. Tegenwoordig richt ‘het Nut’ zich vooral op het voorkomen van pesten op basisscholen. Door middel van toneelstukken laat men de uitwerking van pesten zien. Met de toneelstukken wilt het Nut de kinderen laten nadenken over de mogelijkheden om pesten tegen te gaan. In de begintijd hield het Nut zich met veel meer sociale zaken bezig.

Maatschappij tot Nut van het Algemeen

Aflevering 16Jan Nieuwenhuijzen en Martinus Nieuwenhuijzen zagen dat de scheiding tussen rijk en arm zorgde voor verloedering. In de ‘Doopsgezinde Vermaning’, een kerk gelegen aan het Edammerpleintje te Edam, stichtten zij in 1784 de Maatschappij tot Nut van ’t Algemeen. Het Nut groeide binnen een paar jaar uit tot een organisatie met duizenden leden. Als einddoel had het Nut volksverheffing. In de steden was enorme verpaupering waar te nemen. Het Nut wilde de mensen een beter leven bieden door kennis en vaardigheden aan te leren. De Nieuwenhuijzens begonnen met het schrijven van boeken voor educatieve doeleinden. Deze boeken boden zij betaalbaar aan.

Nutsspaarbank

De opbrengsten van het Nut, een lidmaatschap kostte vijf gulden per jaar, werden niet alleen voor onderwijs gebruikt. Zo waren er behalve Nutsscholen, -kleuterscholen en -bibliotheken ook Nutsspaarbanken. Van duizenden leden groeide het Nut al snel naar tienduizenden leden. De initiatieven gaven een goed voorbeeld aan de staat. Het Nut stond op die manier aan de voet van meerdere sociale wetten. In de tweede helft van de negentiende eeuw nam de staat steeds meer sociale verantwoordelijkheden over. ’t Nut werd langzaam overbodig. Dat was niet erg want het had zijn taak inmiddels volbracht.

Bekijk alle afleveringen van Oneindig Noord-Holland.

Publicatiedatum: 26/07/2011