Ds Wolff haalt rebelse Betje naar de Beemster

Betje Wolff. Dat was in haar tijd (18e eeuw) een opvallende dame. Als 21 jarige trouwde ze een dominee van 52. Wat moest ze in de ‘kladdige Beemster”?

Lees volgende verhaal

In vrijwel elke grotere plaats vind je een straat, laan, pad of plein, genoemd naar Betje Wolff. Een saaie dame? In haar tijd zeker niet. Betje was een rebelse tante. Ze was zelf schrijfster, maar ook haar leven leest als een boek. De kleine, levendige, aantrekkelijke Elisabeth Bekker was in 1759 21 jaar toen ze hals over kop trouwde met een weduwnaar van 52. Predikant in de Beemster. Wie het Betje Wolff Museum bezoekt, dwaalt door hun woning. Een statige pastorie aan de Middenweg in Middenbeemster.

Betje Wolff in haar kamertje ‘Kipperust’. Foto: Jan Maarten Pekelharing.

Kipperust

In verschillende interessante stijlkamers toont het museum de vroegere wooncultuur in de Beemster. Maar wie voor Betje komt, moet vooral even de trap op. Want op de zolder liet ze een werkkamer voor zichzelf inrichten. Hier kon ze schrijven, in haar kamertje dat ze ‘Kipperust’ noemde. Lees even mee wat een redacteur van dagblad het Het Parool in 1959 vertelde over zijn bezoek aan het toen betrekkelijk nieuwe museum: ‘haar geest is er en dat is ons het duidelijkst, als wij zitten, waar zij zat en kijken naar wat zij bezag. Als wij in Betje’s ‘boekenkamer’ zijn (…) en uitkijken over de tuin en de Beemster, zit zij daar, de levenslustige en ondeugende Betje’.

 

Flirt

Betje kwam uit Vlissingen en volgde ‘de ouwe paai’ naar ‘de kladdige Beemster’. Waarom trouwde Betje de aanzienlijk oudere dominee, een weduwnaar? Als we tijdgenoten mogen geloven was Elisabeth Bekker een gevoelig meisje, intelligent en hartstochtelijk. Ze was nog jong toen haar moeder overleed. Betje las veel, waaronder ook graag sentimentele gedichten. Ze was een meisje dat opviel. Ze flirtte graag en verzamelde een kring van vereerders om zich heen. Pal na haar zeventiende verjaardag ging Betje er met een militair van het Vlissingse garnizoen vandoor. Na enkele dagen kwamen ze terug, maar door deze escapade was Betje haar goede naam in Vlissingen volledig kwijt.

 

Vrijheid

Betje correspondeerde met anderen over allerlei literaire en theologische onderwerpen. Zij verzette zich tegen de starre wijze van denken in haar Zeeuwse omgeving. Zij pleitte in haar brieven en artikelen voor vrijheid van denken en schrijven. Eén van de mannen met wie ze over haar opvattingen correspondeerde was Adrianus Wolff, predikant in de Beemster. In oktober 1759 reisde hij naar Vlissingen, ontmoette haar daar en het verhaal wil dat ze zich nog dezelfde avond verloofden. De maand erop vond het huwelijk plaats. In Middenbeemster.

Het was een dubbel huwelijk die dag, vertelt mevrouw Joke van den Hoonaard, bestuurslid van het museum dat valt onder het Historisch Genootschap de Beemster. Ook de (enige) dochter van ds Wolff trad die dag namelijk in het huwelijk. Tot dan toe had zij na het overlijden van haar moeder voor haar vader gezorgd. Nu stapte Betje de pastorie binnen. Dankzij de predikant had ze het stijve Vlissingen kunnen ontvluchten.


Uitgesproken standpunten

Was het een verstandshuwelijk? Misschien. In elk geval bleek de levenslustige en uitgesproken domineesvrouw soms zulke vriendschappen met letterkundigen aan te gaan, dat haar man maar een tijdje bij familie uit logeren ging. Betje vertaalde in haar zolderkamertje Engelse en Duitse gedichten. Ze betoogde dat vrouwen net zoveel recht op studie en zelfstandigheid hebben als mannen – geen algemeen aanvaard standpunt in die tijd.

Auteur Theun de Vries vertelde in 1954 in een dagblad dat men in de Beemster haar graag mocht. De polderbewoners zagen de domineesvrouw langs de modderige wegen wandelen met haar hond Patrijsje onder de arm. Hier, bij de boeren en ambachtslieden in de polder, heeft ze haar rijke schat aan taal opgedaan, veronderstelde Theun de Vries.

De achtertuin van het museum. Vanuit haar schrijfkamer op de eerste verdieping keek Betje uit op deze tuin.

In tijdschriftartikelen en in boeken verkondigde Betje haar voor die tijd progressieve opvattingen. Ze veroorzaakte een schandaal met een boek waarin ze zich afzette tegen schijnvrome en huichelachtige kwezels. In de geloofsstrijd die toen ons land verscheurde, vertolkte Betje met verve de positie van de ‘rekkelijken’. Van de ‘preciezen’ moest ze niets hebben. Dat kwam haar op veel kritiek te staan. Betje en Adrianus hebben het er ongetwijfeld thuis vaak over gehad. In een brochure kwam predikant Wolff publiekelijk voor de tolerante opvattingen van zijn vrouw op.


‘Lieve waarde Wolff’

Hier in de pastorie stierf de predikant, in april 1777. Betje (dan 39 jaar oud) stuurde meteen een berijmd overlijdensbericht naar haar vriendin Aagje Deken. Betje schreef haar:

‘Ach Deken! Deken ach!
Mijn waarde Wolff! mijn man,
In ’t holst des nagts…
‘k Zit voor zijn Ledekant te leezen;
Hij spreekt met mij, hij sterft,
Valt in mijn arm! Ik kan
Niet schrijven, Heemel!
moet ik juist alleenig weezen!
Geen ziekte, zelfs geen’ koorts!
zo zegt hij nog: ’k ben wel,
Slegts wat vermoeid;
dit komt van gisteren te preeken.
Mijn Lief, ‘k word wat benaauwd;
hij richt zich op; ‘k ontstel;
‘k Vlieg op. Hij zwijgt;
hij geeft één snik, zijne oogen breeken;
Zijn hoofd zijgt op mijn hart…
hij ziet mij stervend aan.
“Mijn lieve waarde Wolff”!…’

 

Aagje Deken

Aagje schoot de weduwe te hulp. Zodra de zaken in Middenbeemster waren geregeld, vertrokken beide vriendinnen naar De Rijp, later gingen ze in Beverwijk wonen. Dat kon dankzij een erfenis die Aagje had gekregen. Aagje Deken was in 1741 in Nes aan de Amstel geboren, maar groeide als wees op in Amsterdam. Ook Aagje schreef graag. In een van haar brieven verweet ze Betje Wolff de kritische wijze waarop zij zich tegen regenten en het ortodoxe geloof afzette. De ene brief lokte de andere uit en uiteindelijk bleek dat Aagje en Betje het in veel opzichten eigenlijk met elkaar eens waren. Een warme vriendschap bloeide op. Ze schreven beiden veel samen, o.a. het beroemde ‘De historie van mejuffrouw Sara Burgerhart’.

 

Dreigende burgeroorlog

Intussen liep de spanning in ons land op. Behoudende Oranjegezinden stonden tegenover radicale, democratische Patriotten. Een burgeroorlog leek ophanden. Betje en Aagje vertrokken naar Frankrijk, waar ze bleven schrijven. Ze hadden er ongetwijfeld een plezierige tijd. Betje en Aagje werden in Frankrijk vanwege hun opvattingen over vrijheid als heldinnen beschouwd. Aan hun zonnige leventje kwam abrupt een eind toen ook in Frankrijk de revolutie uitbrak.

Betje en Aagje keerden terug naar Nederland, naar Den Haag. Hun gelden bleken echter slecht belegd, zodat ze nauwelijks voldoende hadden om te leven. Met veel schrijfwerk probeerden ze hun hoofd boven water te houden. En dan in november 1804 overlijdt Betje, Aagje sterft negen dagen later. De vriendinnen liggen begraven in Scheveningen.

 

Biljart op zolder

Het Betje Wolff Museum houdt met ‘Kipperust’, de studeerkamer van Betje, de herinnering aan deze destijds beroemde schrijfster levend. Wandelend door de vroegere pastorie beland je op de zolder. Daar zie je de wasmand, een linnenpers, koffers, een speelhoek, de dienstbodenkamer en een spekhok. Ds Wolff had op zolder een biljart neergezet. Hierop zal de levenslustige Betje, veronderstellen de beheerders van het museum, vast af en een toe een serie caramboles hebben gemaakt ‘wanneer ze wat stram en moegeschreven uit haar studeerkamertje’ ernaast kwam.

De tuin, waar Betje vanuit haar zolderkamer op neer keek, is in 18e eeuwse stijl behouden gebleven. Op een zomerse dag zit je er onder de fruitbomen. Met zicht op de toren van de kerk, waar Betje met haar predikant is getrouwd.

Het Betje Wolff Museum is gevestigd in de vroegere pastorie(rechts). Achter de bomen piekt de toren van de kerk waar Betje met haar dominee is getrouwd.

Het museum wordt jaarlijks door zo’n 2700 belangstellenden bezocht. Voor de buitenlandse bezoekers (laatst was er zelfs iemand uit Zuid-Afrika) is informatie in Engels, Frans, Duits en Spaans beschikbaar. Voor kinderen is er een speurtocht door de pastorie uitgezet. Met als beloning een greep in grabbelton.


Salon

Meer dan veertig vrijwilligers houden het museum en de tuinen in stand. Plannen voor de toekomst heeft het museumbestuur zeker. Maar zolang er onvoldoende geld is om ze te realiseren, blijft het nog bij dagdromen, aldus een van de bestuursleden. In september 2018 start men echter in het museum (op zolder!) met een soort literaire salon. Een auteur, de eerste keer is dat Nelleke Noordervliet, vertelt over haar of zijn werk. Pal naast de kamer waar Betje Wolff haar boeken en brieven schreef.

Dit charmante museum is door het gemeentebestuur aangewezen als bijzondere plek om te trouwen.

 

Auteur: Jan Maarten Pekelharing

Dit verhaal maakt deel uit van een serie over kleinere, vaak minder bekende, musea in Noord- Holland.  Zie ook  IJmuider museum toont dynamiek havenstad

 

Betje Wolff Museum is gevestigd aan de Middenweg 178, Middenbeemster.
www.historischgenootschapbeemster.nl
Het museum is geopend van 1 mei tot 1 november op dinsdag t/m vrijdag 11-17 uur; zaterdag en zondag van 14-17 uur.

En van 1 november tot 1 mei op zondag van 14-17 uur.

Written by:

Other posts by

Oneindig Noord-Holland maakt verborgen verhalen zichtbaar samen met:

Bekijk het gehele partneroverzicht