Den Helder: Spelen tussen behang en dynamiet

Dit is een verhaal van het Verhalenpaviljoen, een initiatief van de kustgemeenten en Provincie Noord-Holland. In de zomer van 2010 en 2011 ging het Verhalenpaviljoen in verschillende kustplaatsen op zoek naar de lokale identiteit. Dit heeft geresulteerd in tientallen prachtige persoonlijke verhalen van bewoners, bezoekers en ondernemers uit Den Helder, Bergen, Zandvoort, IJmuiden, Wijk aan Zee, Castricum en Callantsoog. Verhalen over vroeger en nu, over de zee, het strand, de samenleving, monumenten en gebouwen. Hier lees je een van deze bijzondere verhalen, die het karakter van de kustplaatsen versterken en onze kust aantrekkelijker maken voor bewoners, ondernemers en bezoekers.

Flatwoningen in de Waddenzeestraat bij de Texelstroomlaan

Flatwoningen in de Waddenzeestraat bij de Texelstroomlaan Inventarisnummer: NL-HlmNHA_162_2519_1342. Vervaardiger: Foto Engel. Beeld: Noord-Hollands Archief, Collectie Provinciale Atlas.

Speelpleintje

Er werd gebeld. Er stonden er twee mannen voor de deur. Een van hen had pen en papier in zijn hand. Hij vroeg of ik mijn handtekening wilde zetten voor een speelpleintje tussen de flats van de Waddenzeestraat. Het moet een veilige plek worden met een hek eromheen, zodat de kinderen niet achter een bal aan de weg op kunnen lopen. Ik ben zelf in deze wijk opgegroeid. “Waar speelde ik eigenlijk?”, flitste er door mijn hoofd.

Fietspomp

Ik moest achter de wagen komen zitten. Ik zat naast de mannen met werkpakken die roken naar sloopstof . De laatste man kwam erbij zitten met een apparaat in zijn handen dat leek op een fietspomp. De witte draden liepen vanonder de kar naar de gaten die in het beton geboord waren. De gaten werden opgevuld met rollen grijs poeder die in een vettig bruin papier gewikkeld waren. De uiteinden van de witte draden werden verbonden met de ‘fietspomp’. We moesten allemaal bukken. Een van de mannen duwde de handel van de pomp naar beneden. Even gebeurde er niets en daarna hoorden we een doffe plof. Er spoot gras omhoog met daartussen brokken beton en heel veel stof.

Tegelwand

In de Keizerstaat woonden we naast het huis waar mevrouw Vroege haar winkeltje in potten, pannen en ketels had. Dit moest worden afgebroken. De slopers baanden zich een weg door het huis. Zodra het ook maar enigszins mogelijk was ging ik dat half afgebroken huis binnen. Achter een saaie bruine, houten muur was een prachtige tegelwand tevoorschijn gekomen. Er stonden leuke plaatjes op. Ook interessant waren de kapotte muren waarop je kon zien hoe het behang op de muur zat. Eigenlijk zat het niet op de muur maar hing het aan de muur met latjes. De werkmannen kenden mij en tijdens de schaft at ik mee van hun boterhammen. Niet lang hierna verhuisden wij naar Nieuw- Den Helder.

Groen landschap vol bobbels en gaten

Wij woonden aan de Texelstroomlaan. De weg hield even voorbij ons huis op en ging over in weiland. Achter het hek lag een waar speelparadijs. Het groene landschap zat vol bobbels en gaten. Spannende gangen met verroeste stalen deuren. Ik heb me toen nooit afgevraagd waarom deze bunkers in dat mooie weiland gebouwd waren. Ik stroopte de geheimzinnige plekken af; alleen of samen met vriendjes. We speelden verstoppertje of oorlogje; lagen op onze buik in het gras naar de vijand te turen en ik bedacht geheimzinnige plots die ik in Bas Banning had gelezen.

Pleintje met speeltoestellen

De Texelstroomlaan moest met Tuindorp verbonden worden en de bunkers moesten verdwijnen. Weer trokken de slopers mijn gebied binnen. Dezelfde werkmannen stortten zich op mijn speelterrein. Van nabij zag ik hoe de betonnen kolossen onder het gras vandaan werden gehaald. Mijn speelplek zou nu zeker afgekeurd worden en er zouden grote hekken omheen gezet zijn. Ik zette mijn handtekening onder de petitie. Voor een pleintje met speeltoestellen en hekken erom heen.

Auteur: Cor Bravenboer

Publicatiedatum: 22/12/2010