Avant-garde in Noord-Holland

Augustus 1914. De Eerste Wereldoorlog is uitgebroken. Europese grootmachten deden het continent trillen op zijn grondvesten. Overal werden jonge mannen opgeroepen de wapens ter hand te nemen en te vechten voor het vaderland. Een van hen was de Franse schilder Henri Fauconnier, beter bekend als Le Fauconnier. Hij moest dienen aan het front, ware het niet dat hij in Nederland was.

Dienstplichtontduiking

Le Fauconnier was zijn schildercarrière begonnen tijdens zijn studententijd in Parijs. Hij maakte figuratief werk waarin hij speelde met perspectief en kleurgebruik. Als toonaangevend kunstenaar gaf hij in internationale kringen van gelijkgestemden uiting aan een nieuwe kunststroming: het modernisme. Om de oproep tot dienstplicht te ontduiken besloot hij in Nederland te blijven. Dit zou de komende zes jaar zijn thuisland zijn.

Ontwikkelingen in de moderne schilderkunst

Terwijl de opmars van het Duitse leger in Noord-Frankrijk vastliep in een eindeloze loopgravenstrijd en duizenden mannen het leven lieten aan het front, voltrok zich in Nederland met het verblijf van Le Fauconnier een baanbrekende ontwikkeling in de moderne kunst. Onder invloed van de Fransman ontwikkelde zich in het Noord-Hollandse kunstenaarsdorp Bergen een nieuwe artistieke stroming: de Bergense School.

In feite lagen de wetten van de klassieke schilderkunst al voor de eeuwwisseling onder vuur: in heel Europa kwamen groepen kunstenaars sinds 1880 in opstand tegen het classicisme. Tijdens de oorlog raakten artistieke ontwikkelingen echter in moeilijk vaarwater. Het geïsoleerde Nederland daarentegen bood een podium aan een nieuwe artistieke beweging.

Onbetwiste invloed

Le Fauconnier woonde tijdens zijn verblijf in Nederland het grootste gedeelte van de tijd in Amsterdam en slechts een jaar in Bergen zelf. Toch, en ondanks het feit dat ook Nederlandse schilders van groot belang zijn geweest voor de Bergense School, is Le Fauconniers invloed onbetwist. Hij sloot hechte vriendschappen met Nederlandse kunstenaars en bracht hen zo in aanraking met toonaangevende schilders. Maar wat betekende hij precies voor Bergen? En wat was het geheim van het dorp dat zoveel kunstenaars aantrok en de bakermat van een nieuwe stroming werd?

Een geschiedenis van strijd

Het verleden van het dorp verraadt weinig dat wijst op artisticiteit. In plaats daarvan wordt de Bergense geschiedenis getekend door strijd. In de dertiende eeuw vochten de Bergenaren dapper mee aan de zijde van Floris V tegen de West-Friezen. En vijf eeuwen later, in 1799, waren de Bergense duinen het strijdtoneel van een Engelse en Russische invasiemacht tegen Franse en Nederlandse troepen van wat destijds de Bataafse Republiek was. De enige fysieke herinnering aan deze confrontatie, waarbij ruim vierduizend mensen het leven lieten, is het Russenmonument. Eenzaam en vergeten staat het ergens achteraf, ooit neergezet ter herdenking van de omgekomen Russen. Ooit was Bergen het decor van een dramatische strijd, in plaats van het middelpunt van een florerende kunstenaarsbeweging.

Bloeiende kunstenaarskolonie

Begin 20e eeuw trokken de eerste kunstenaars naar het dorp. De aantrekkingskracht die de plek op hen uitoefende is niet eenduidig te verklaren. Gelegen tussen de duinen en het bos moeten de sfeervolle verstilde lanen, oude villa’s en weggetjes in de landelijke omgeving de schilders hebben aangesproken.

Misschien was het ook de typische lichtval in het omliggende landschap, of de manier waarop de verschillende seizoenen zich hier aftekenden. Kunstenaars bleven hoe dan ook terugkeren naar Bergen, dat zo zijn reputatie kreeg van een bloeiende kunstenaarskolonie.

Alternatieve schilderswijzen

Het waren vooral schilders die zich er vestigden. Zij  hadden de klassieke schilderkunst grotendeels achter zich gelaten. Niet langer moest de kunst natuurgetrouw zijn en verwijzen naar het verleden. Door abstractere vormen en ander gebruik van kleuren vonden kunstenaars nieuwe manieren om de wereld af te beelden. Meevarend op de golven van het modernisme waren ook de Bergense schilders op zoek naar alternatieve schilderwijzen. Met hun schildersezel en palet trokken ze de duinen in om experimenterend met kleur en vorm de Bergense omgeving vast te leggen op het doek.

Het landschap werd in grove penseelstreken weergegeven. Kleuren hoefden niet waarheidsgetrouw te zijn. Op de schilderijen konden groene, grijze en blauwe heuvels een kronkelend pad naar de zee flankeren, terwijl in de verte een witte vorm een bootje moest voorstellen. Ook kon het landschap rood kleuren, of donkerbruin, terwijl wit licht grijs-paarse wolken omrandde. Lichtval speelde een belangrijke rol. Dit is duidelijk zichtbaar in de schilderijen.

De Bergense School: een nieuw schildergenre

De eerste vormen van het nieuwe schildergenre begonnen zich onder leiding van de Nederlandse schilders Dirk Filarski en Arnout Colnot af te tekenen toen dezen zich in 1910 definitief in Bergen vestigden, waar hun stijl zichtbaar veranderde. Van gebruik van lichte kleuren en fijne penseelstreken, dat nog enigszins deed denken aan het impressionisme, versomberde hun werk met donkerder kleuren, steviger vormen en forsere streken.

In de jaren daarna kwamen er meer schilders naar Bergen om zich, in Colnots woorden, te wijden aan “de expressie van de natuur”. Bergense schilders trokken er graag op uit: het waren landschapsschilders en de natuur was hun atelier. Verder kenmerkte de school zich door frequent gebruik van donkere kleuren, de afwezigheid van de mens in de schilderijen en de ondergeschiktheid van vormen aan emotie. Vormen hoefden niet waarheidsgetrouw te worden afgebeeld, het ging om het gevoel van de schilder.
Ook stillevens behoorden tot het repertoire van de Bergense School en samen met de landschappen waren zij doortrokken van een zekere melancholie. Misschien beeldden de schilders  hier het contrast uit tussen de rust van Bergen en de spanningen, en later het vernietigende geweld, aan de andere kant van de grens.

Internationale contacten

Le Fauconnier woonde en werkte nog in Frankrijk toen deze trend op gang kwam en was dan ook niet betrokken bij de Bergense School. Hij was echter wel degelijk bekend met de Hollandse avant-garde en onderhield goede contacten in deze kringen. Kenmerkend van het modernisme in het algemeen was namelijk het internationale karakter van de beweging. Artistieke genootschappen en kunstenaars waren niet gebonden door grenzen en uitwisseling van ideeën was van groot belang. Zo leerde Le Fauconnier in 1910 de Nederlandse schilder Conrad Kickert kennen, die ook in Parijs woonde. De twee sloten een hechte vriendschap en het was via dit contact dat Le Fauconnier meerdere malen naar Nederland was afgereisd, bijvoorbeeld voor tentoonstellingen.

De schildercarrière van Le Fauconnier

Le Fauconniers eigen schildercarrière was vlak na de eeuwwisseling van start gegaan. In 1901 vertrok hij als Henri Fauconnier uit zijn geboorteplaats Calais om rechten te studeren in Parijs. Hier ontmoette hij Paul Cézanne, volgens velen de grondlegger van de moderne kunst en voorbeeld voor de moderne kunstenaars na hem. Le Fauconnier verruilde de collegebanken voor het atelier en ging bij de grootmeester in de leer.

In de jaren daarna zou hij groot aanzien verwerven in de wereld van de moderne kunst. Als vroege kubist maakte hij geen natuurgetrouwe schilderijen, maar experimenteerde hij met perspectief en vorm. Hij zou onder andere samenwerken met Wassily Kandinsky en lesgeven aan Marc Chagall. Cézannes invloed zou hij echter overal bij zich dragen, en ook Nederland zou dit ervaren.

Le Fauconniers contact met Kickert had ertoe geleid dat hij een graag geziene gast was bij de Nederlandse avant-garde en het was de Fransman die hen, op exposities en bijeenkomsten, in aanraking bracht met het kubisme. Hij werd lid van de Moderne Kunstkring, een door Kickert opgericht kunstenaarsgenootschap, en zijn werk werd steevast opgenomen in de jaarlijkse tentoonstellingen van de vereniging.

Zo kwam hij ook in contact met andere kunstenaars zoals Leo Gestel en Dirk Filarski. Zij waren op hun beurt nauw verbonden met Bergen door daar ofwel permanent te wonen, ofwel een pied-à-terre te bezitten. Kortom, Le Fauconniers besluit in Nederland te blijven tijdens de oorlog kwam niet als een verrassing. Een vruchtbare samenwerking was het gevolg.

Henri le Fauconnier, Bloemen in een vaas.

Henri le Fauconnier, Bloemen in een vaas. Beeld: Collectie Stedelijk Museum Alkmaar.

Onafhankelijkheid door de Eerste Wereldoorlog

En terwijl in de kleine kunstenaarskolonie bij de Noordzee de Bergenaren weer een dag afsloten in het dorpscafé brak over de grens de Eerste Wereldoorlog uit. De Bergense kunstenaars waanden zich veilig door de neutraliteit van Nederland, maar ook voor hen zou het conflict verregaande gevolgen hebben.

De oorlog zorgde er namelijk voor dat het brede netwerk van Europese avant-gardisten in één klap werd platgeslagen. Kunstenaars moesten vluchten of vechten voor het vaderland en van internationaal contact was nauwelijks sprake. De Nederlandse kunstwereld raakte in een isolement en doordat toonaangevende Duitse en Franse kunstcentra buiten beeld raakten moesten de Nederlandse kunstenaars zelf hun artistieke richting bepalen. Zo ontwikkelde de Bergense School zich onafhankelijk van de internationale trends.

De invloed van Le Fauconnier: nieuwe kunst in Nederland

Met zijn aanwezigheid in Nederland vanaf 1914 beïnvloedde Le Fauconnier de Bergense schilders op verschillende manieren. Hij had de kubistische schilderstijl inmiddels opgegeven, maar zijn vluchtelingschap versterkte de melancholie die de school al kenmerkte. Ook zijn stijl had invloed op die van de Bergenaren. Volgens kunstcriticus Hammacher had hij een ‘donker palet’, een ‘ruige, brede schilderswijze’ en ‘onstuimigheid’, ‘heftigheid’ en ‘durf’ typeerden zijn werk. Dit is terug te zien in de werken van de Bergense schilders, met name na 1914.

Maar niet alleen zijn schilderijen waren belangrijk voor de kunstenaars en de nieuwe school. Le Fauconnier was ook de eerste die de Bergense schilders kennis liet maken met de ideeën van Paul Cézanne. Men kende zijn schilderijen van tentoonstellingen maar de precieze denkwijze van deze modernistische grootmeester was de Bergenaren vreemd.

Wanneer Le Fauconnier in Bergen verbleef waren de avonden lang en stonden zij in het teken van betogen en heftige discussies over theorie. Die avonden waren vruchtbaar en kwamen ten goede aan de kunst, want, zo schreef de Bergense schilder Matthieu Wiegman. “het werk groeide. De nieuwe kunst was geboren in Nederland”. In Bergen welteverstaan.

Prediking van Sint Willibrord, Matthieu Wiegman, 1916.

Prediking van Sint Willibrord, Matthieu Wiegman, 1916.

Tijd voor nieuwe stromingen

Ook nadat de Eerste Wereldoorlog in 1918 was afgelopen, en nadat Le Fauconnier Nederland weer verlaten had, bleef de Bergense School bestaan. De Franse avant-gardist had zijn invloed en die van andere grote schilders laten gelden en nu was het aan de Bergenaren zelf de nieuwe school verder te ontwikkelen. Met het vertrek van Le Fauconnier was de stroming echter over haar hoogtepunt heen.

Wat liet Le Fauconnier achter toen hij in 1920 terugkeerde naar Parijs? De jonge, geestdriftige Bergense schilders waren ouder geworden. Ook kreeg hun werk meer erkenning, mede dankzij de enthousiaste aankopen van de directeur van het Amsterdamse Stedelijk Museum C.W.N. Baard. Bovendien werd de Nederlandse kunstwereld na de Eerste Wereldoorlog uit haar isolement getrokken.

Kortom, de kunstenaars waren minder op elkaar aangewezen en de onderlinge band verslapte. Uiteindelijk viel het doek definitief voor de Bergense School rond het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog. Het expressionisme dat de Bergenaren presenteerden was van voor die oorlog. De jaren daarna vroegen om nieuwe stromingen.

Le Fauconnier stierf in 1946 aan een hartaanval. Ook hij was een kunstenaar van voor de oorlog. Zijn kubisme en latere expressionisme bewijzen dat. Hiermee heeft hij zijn sporen nagelaten in Bergen, dat ondanks de teloorgang van de Bergense School voor sommigen nog altijd bekend staat als kunstenaarsdorp.

Herinnering aan de artistieke bloei

Maar met de avant-garde van weleer reeds lang en breed onder de groene zoden is Bergen vandaag de dag vooral ook een populaire vakantieplaats. Vanaf de eeuwwisseling kwam de stroom badgasten op gang en meer dan honderd jaar later kleurt het dorp ’s zomers nog steeds rood van verbrande vakantiegangers op zoek naar zon en zee. Alleen Museum Kranenburgh en de naar schilders vernoemde straten herinneren nog aan de artistieke bloei van het dorp. Konden de toeristen er maar bij zijn, op een van de avonden waarop kunstenaars verhit discussieerden en droomden, toen de nieuwe kunst werd geboren in Nederland.

 

Auteur: Janna Overbeek Bloem.

 

Publicatiedatum: 22/12/2010

Aanvullingen

Vul deze informatie aan of geef een reactie.

Plaats een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Vereiste velden zijn gemarkeerd met *. Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.