Amateur-archeoloog

Dat niet alleen onze samenleving aan verandering onderhevig is maar ook het dagelijks taalgebruik weten ze maar al te goed bij Nederlands grootste vereniging van amateurarcheologen de AWN (Archeologische Werkgemeenschap Nederland). Het oorspronkelijk Franse woord 'amateur' (liefhebber) betekend in het Nederlands tevens 'leek' of 'beginner', maar staat tegenwoordig vooral bekend als 'iemand die er maar weinig van bakt'. Reden genoeg voor een naamsverandering van de AWN. Een korte terugblik op de geschiedenis van de vereniging en de afdelingen in Noord-Holland.

AWN-booronderzoek aan de Beneluxlaan/Lessestraat in Heemskerk.

Foto: SHA.

AWN-booronderzoek aan de Beneluxlaan/Lessestraat in Heemskerk.AWN-booronderzoek aan de Beneluxlaan/Lessestraat in Heemskerk.

Amateurs verenigen zich

In 1951 werd door een aantal echte liefhebbers van de plaatselijke archeologie de AWWN, de ‘Archeologische Werkgemeenschap voor Westelijk Nederland’ opgericht. Aanleiding was dat bij de vele naoorlogse wederopbouw activiteiten talloze archeologische zaken tevoorschijn kwamen die voor het grootste gedeelte ongezien verloren dreigden te gaan. Het succes van de club was zo groot dat ook elders in het land belangstelling voor de vereniging ontstond. Besloten werd om een ‘W’tje’ te schrappen. Inmiddels heeft de AWN in 2011 haar 60-jarig jubileum gevierd en opnieuw besloten tot een aanpassing van de naam.

Nieuw elan

Nadat in 2007 archeologie een wettelijk geregeld instituut was geworden dat tot op gemeenteniveau is vastgelegd, was de rol van de amateurarcheologen, die in de voorbije decennia gewend waren vaak op eigen houtje onderzoek te doen, een poosje onduidelijk. “Als we niet meer mogen graven, wat heeft de AWN dan voor zin?” was een veelgehoorde vraag. De aanpassing van de naam van de vereniging maakte de nieuwe rol duidelijk. De AWN bleef de AWN, maar daar werd aan toegevoegd: ‘Vereniging van vrijwilligers in de archeologie’. AWN’ers zijn mensen die zich belangeloos willen inzetten voor het behoud van archeologische plekken en vondsten. De 2200 leden maken deel uit van 24 afdelingen verspreidt over geheel Nederland en werken vaak intensief samen met beroepsarcheologen. Zo wordt niet alleen een hoog niveau van werken in ere gehouden, maar weet de vrijwilliger zich ook gesteund door de wettelijke inpassing van de archeologie in de samenleving.

Verschillende afdelingen in Noord-Holland

In Noord-Holland zijn verschillende afdelingen van de AWN actief en is er ‘dekking’ voor de gehele provincie. Daardoor kunnen de leden van de vereniging in hun eigen regio meehelpen de aanwezige archeologie te beschermen, te beschrijven, of, als dat nodig is, uit de grond te halen. Afdeling ‘Naerdincklant’ is actief in de Gooi- en Vechtstreek en ‘Zaanstreek-Waterland’ geeft het werkgebied zelf aan, net als ‘Amsterdam’ en ‘Kennemerland’. De laatste jaren minder duidelijk was de positie van Afdeling 2, ‘Noord-Holland Noord’, die het gehele gebied ten noorden van de lijn Castricum-Hoorn, inclusief Texel, beslaat. Een tijdlang is er geen bestuur geweest, werd de afdeling als ‘Land en Water Noord-Holland Noord’ voortgezet, en verkeerde zij in 2011 toch weer in een bestuurlijke crisis.

Nieuwe afdeling in Noord-Holland Noord

Het westelijk deel van de afdeling kende al jaren verschillende werkgroepen die altijd actief zijn geweest en eigenlijk vonden dat het nuttig was als zij weer onder één paraplu zouden komen. Dat werd Afdeling 9, die voorlopig nog geen andere naam kreeg en het eerder genoemde grondgebied bestreek, maar nu zonder oostelijk West-Friesland. In deze regio is een aantal gemeenten overgegaan tot het aanstellen van twee regioarcheologen en de hoop was dat de leden van de AWN in dit gebied samen met deze archeologen afdeling 2 nieuw leven zouden inblazen.

Op 9 november 2011 was de oprichting van Afdeling 9 in Schagen een feit en de samenwerkende groepen namen zich voor binnen een jaar zaken als een definitief bestuur, statuten en huishoudelijk reglement te hebben ingesteld. De plannen waren om naast de onderlinge samenwerking ook een boeiend lezingenprogramma neer te zetten en een blad waarmee alle leden op de hoogte gehouden zouden worden van wat er in de afdeling aan werk werd verzet.

Provinciaal depot voor bodemvondsten

Een heel andere speler in de Noord-Hollandse archeologie is het Provinciaal depot voor bodemvondsten in Wormer; daar komen uiteindelijk alle vondsten terecht die bij onderzoeken in de provincie zijn gedaan. Om die steeds groeiende collectie goed op orde te hebben moet heel veel werk worden verzet. Ook hier kan hulp van vrijwilligers goed worden gebruikt. Dus wie echt wil weten wat er in Noord-Holland allemaal wordt gevonden kan daar zijn of haar hart ophalen. In het voorjaar van 2015 zal het Depot verhuizen naar het nieuwe Archeologisch Informatie Centrum in Castricum.
 
Auteur: Frans Diederik

Dit verhaal maakt onderdeel uit van de campagne voor het nieuwe archeologiecentrum Het Huis van Hilde.

Publicatiedatum: 14/11/2011