Onderweg in Noord-Holland

Op 20 september 1839 reed de Nederlandse stoomlocomotief de ‘Arend’ van Amsterdam naar Haarlem. De trein had een snelheid van 35 kilometer per uur en deed 25 minuten over de afstand. Tot dan toe werden alleen paard en wagen en natuurlijk de alom aanwezige trekschuit als vervoersmiddel gebruikt. De trekschuit haalde slechts een snelheid van zo’n zeven kilometer per uur. In de negentiende eeuw zou de ooit zo bejubelde trekschuit echter veranderen in een symbool van ouderwetsheid. Gelukkig was daar de uitvinding van de trein. Hij was zoveel sneller dan de trekschuit. En bovendien ook nog eens goedkoop. Veel Nederlanders moesten aanvankelijk weinig hebben van het rokende en puffende ijzeren monster en waren tevreden met de trekschuit. Maar uiteindelijk kon de trekschuit de concurrentiestrijd niet winnen.

Niet alleen de trein veroverde Noord-Holland in de negentiende eeuw, er kwam ook een samenhangend kanalen- en wegennet door de provincie heen te liggen. Overal verschenen veerponten en bruggen. Op de wegen reden rond 1900 de eerste auto’s. Er kwamen telegraaf-, tram- en vervolgens telefoonlijnen. Een ongekende uitwisseling van goederen, personen en ideeën kwam op gang. In de twintigste eeuw werd dit voortgezet met de uitvinding van het vliegtuig, de radio, televisie en natuurlijk de computer. De grenzen vervaagden, inwoners werden steeds mobieler en keken over de grenzen van hun eigen regio. Nederland werd één.

Verhalen

Vergelding aan de Harddraverslaan

Een paar auto´s draaien op 17 november 1944 met hoge snelheid de Alkmaarse Harddraverslaan op. Ze stoppen bij een zijlaantje. In het donker en de kletterende regen springen Duitse politiemannen met machinegeweren uit de auto´s. Ze duwen vijf mannen naar buiten. Een is een grote, knappe man, een ander draagt een bruin jasje en een draagt een platte portierspet. Kort daarna klinken er schoten. Als de kruitdamp optrekt wordt er nog een keer geschoten. De meeste Duitsers vertrekken, drie van hen blijven achter om de plek des onheils te bewaken. Tegen middernacht haalt een platte wagen de vijf lichamen op. Het enige bewijs dat overblijft van de fusillade is de platte portierspet.

>

Een fatale achtervolging

Geweerschoten klinken door de Ronde Hoep bij Ouderkerk op 7 mei 1945. Vier SS'ers rennen door de polder. Ze worden achtervolgd door acht leden van de Binnenlandse Strijdkrachten. De twee groepen achtervolgen elkaar over het riviertje de Bullewijk en springen over de smalle slootjes tussen de weilanden. Met man en macht proberen de verzetsmannen van de Binnenlandse Strijdkrachten de SS'ers te pakken te krijgen, levend of dood. Anton de Lange is van de Binnenlandse Strijdkrachten, en hij schrikt nergens voor terug om de vier mannen te pakken te krijgen.

>

Rederij Zur Mühlen & Co.

De rederij Zur Mühlen & Co. was actief op de wateren in en rond Noord-Holland tussen 1854 en 1920. Het bedrijf vervoerde passagiers en vracht, maar was met name sterk als sleepvaartbedrijf en bij het bergingswerk op zee.

>

Opkomst en ondergang van de trekschuit in het vijfstedenveer

Pieter van Daale en Pieter Jacobsz Kat waren de laatste twee Edammer trekschuitschippers. Zij hadden andere schippers hun veer zien verlaten en zo de beroepsgroep kleiner zien worden. De tijd zat de trekschuitschippers niet mee. Door de teruglopende inkomsten konden veel schippers moeilijk het hoofd boven water houden. Er was geen droog brood meer mee te verdienen. Halverwege de 19e eeuw hadden verbeterde wegen, de stoomboot, tram en trein ervoor gezorgd dat nog maar weinig mensen gebruik maakten van de trekschuit. De schuit was vervangen door andere massavervoerssystemen. Het einde naderde voor de trekschuit en dus ook voor het vijfstedenveer – een samenwerkingsverband tussen de vijf Noord-Hollandse steden Amsterdam, Hoorn, Edam, Monnickendam en Purmerend. Met weemoed konden de schippers terugdenken aan de beginjaren van het vijfstedenveer. Het veer dat ervoor had gezorgd dat ook steden in Holland die ten noorden lagen van Amsterdam zich verder konden ontwikkelen.

>