Leven met het water

Water is van oudsher vriend en vijand. In een provincie onder zeeniveau kan men niet mét, maar ook zeker niet zónder water leven. Oude poldermolens, gemalen, dijken en sluizen vertellen het verhaal over de strijd tegen natte voeten. Droogmakerijen belichamen de overwinning van de mens op het woeste water. Maar de Stelling van Amsterdam en de Nieuwe Hollandse Waterlinie laten zien hoe Hollanders het water ook succesvol inzetten als middel tegen indringers. In Noord-Holland is nog veel te bewonderen uit het waterschapsverleden. Al dit erfgoed tezamen maakt het waterverhaal zichtbaar en tastbaar voor toekomstige generaties.

Leven met het water is één van de thema’s van het themajaar Ode aan het Landschap (2021).

Verhalen

De Zeedijk beoosten Muiden

De Zeedijk ten oosten van Muiden heeft het land honderden jaren beschermd tegen het water. Al vanaf de 14de eeuw wordt de dijk vermeld, soms onder de naam Houtdijk. De Zeedijk bestaat uit twee delen: het eerste deel loopt vanaf het Muiderslot tot aan de hoge gronden ten westen van Muiderberg, de Bokkedijk. Het tweede deel loopt vanaf de hoge gronden oostelijk van Muiderberg tot aan de Provinciale Zeedijk, de Krommedijk.

>

Gemaal Beetskoog warm kloppend polderhart

Als je aan komt lopen hoor je al het gestage bonken. En binnen dreunt iedere slag in je binnenste door. Het gaat om de ploffen van de maar liefst 6600 kilo zware dieselmotor van het gemaal Beetskoog. Je kan de klappen van de grote motor gemakkelijk tellen. Hier klopt duidelijk het hart van de polder!

>

Polder Duivendrecht duizend jaar

De Duivendrechtse Polder is één van de oudste polders in Nederland. Ze bestaat al bijna duizend jaar. De polder was van Duivendrechtse Laan (Rijksstraatweg) tot aan de Amstel ooit één geheel. Toen kon je van Duivendrecht naar Ouderkerk kijken en omgekeerd. De bouw van de spoorlijn in 1843 was de eerste doorsnijding van de gemeente Ouder-Amstel.

>

Vaart uit tijd van vervening

Van vroegere veenderijen valt weinig meer te zien. De turf is immers in rook opgegaan. Maar gelukkig herinnert het kanaal uit de jaren 1803-1805 nog aan de drukte die er toen heerste in de Holendrechter- en Bullewijkerpolder bij Ouderkerk. Over deze vaart voeren turfschippers af en aan. Via een houten sluisje bereikten ze de Bullewijk. Later kwam hier een gemaal om de polder droog te houden.

>

Waterbeheer in Diemen

Ooit bestond het grondgebied van de huidige gemeente Diemen voor een veel groter deel uit oppervlaktewater. Er was voortdurende wateroverlast, dreiging van overstromingen en de grond was drassig. Zonder menselijk ingrijpen had het land weinig waarde. Hierin ligt de oorsprong van de dijkopbouw en het hoogheemraadschap in Diemen.

>

Pontje naar middeleeuwen

Op de hoek van de Amsteldijk-Zuid en de Nesserlaan in Amstelveen zie je de ontwikkeling van Amstelland in een notendop. Aan de ene kant ligt de diep uitgeveende Bovenkerkerpolder met het hoger gelegen bovenland naast de Amstel. Aan de overzijde van de rivier lokt een polder die sinds de middeleeuwen nauwelijks is aangetast. In de zomermaanden zet een pontje fietsers en wandelaars de rivier over. Je vaart in enkele minuten van de 21ste eeuw naar de middeleeuwen.

>

Malen en pompen in de polder

Bebouwing (vooral boerderijen/melkveebedrijven) is er alleen aan de rand van de Rondehoep. De polder is 1266 ha groot, waarvan 900 ha grasland. Steeds nieuwere technieken kwamen van pas om het waterpeil hier te regelen. Van windmolen tot gemaal.

>

Toerisme in Volendam en Marken

Maakte je als toerist in de jaren ’30 een reisje langs de Noord-Hollandse dorpen, dan had je grote kans in Marken Sijtje Boes tegen het lijf te lopen.

>

Geen muggen, geen malaria

In tropische streken sterven nog steeds jaarlijks honderdduizenden mensen aan malaria. Wie wel eens naar een risicogebied op vakantie is geweest, weet er alles van: eerst naar de GGD voor een preventieve tablettenkuur. Maar helemaal nog niet zo lang geleden was ook Noord-Holland nog een groot malariabroeinest.

>

“Helpt ons Heere”

In de nacht van 4 op 5 november 1675 werd Noord-Holland door een watersnood getroffen die zijn weerga niet kent. Het zoute water kwam tot Leiden. In de regio benoorden het IJ overstroomden de oostkant van West-Friesland, de Zeevang en Waterland. Overal bengelden de noodklokken. “Helpt ons Heere want wy vergaen”, bad de angstige bevolking.

>

Duitse bezetter zet Beemster blank

Tijdens de oorlogsjaren verdween de Beemster tot twee keer toe voor een belangrijk deel onder water. Na de Duitse inval op 10 mei 1940 begon het Nederlandse leger direct met het uitvoeren van de geplande inundaties rond de forten van de Stelling van Amsterdam in de polder. In het vroege voorjaar van 1944 verdween de hele zuid- en zuidoostkant van de Beemster opnieuw onder water. Nu gebeurde dat op last van de Duitse bezetter. Deze inundatie duurde ruim een jaar tot begin mei 1945.

>

Slagschip gestrand!

Het wrak ligt er nog steeds. Tot 28 juli 2014 staken bij eb de roestige resten duidelijk zichtbaar boven water uit. Toen verdween het onder een dikke laag zand ter versterking van de Hondsbossche Zeewering. Het gaat om het formidabele Engelse slagschip H.M.S. Prince George, te water gelaten in 1895. Het schip was bijna 120 meter lang en mat 14.000 ton. De Prince George had een bepantsering van 45 centimeter dik. De hoofdbewapening bestond uit vier kanonnen die granaten van 390 kilo konden afvuurden. Op 28 december 1921 strandde de Prince George op de Hondsbossche Zeewering bij Camperduin. Hoe kon dat gebeuren?

>

De ramp van 1953 op Texel

1953: een jaartal dat nog steeds in het nationale geheugen gebeiteld staat, zelfs na meer dan een halve eeuw. In de nacht van 31 januari op 1 februari 1953 sloeg de zee vernietigend toe. Een noordwesterstorm in combinatie met springvloed bleek fataal voor de dijken van Zeeland, West-Brabant en de Zuid-Hollandse eilanden. De aandacht gaat bij dit alles terecht vooral uit naar Zeeland. Maar ook op Texel hield de storm huis. Op het eiland verdronken zes vrijwilligers. Zij waren naar de dijk gekomen om een polder voor overstroming te behoeden. Daarom moet ook het verhaal van de Ramp op Texel verteld en dóór verteld worden.

>

Het lot van de Huizer vissers

In de nacht van 13 op 14 januari 1916 voltrekt er zich rond de Zuiderzee een watersnoodramp. Een stormvloed valt samen met een hoge afvoer op de rivieren, waardoor op verschillende plaatsen de dijken doorbreken. Er komen veel mensen om het leven, waaronder vissers uit Huizen.

>

Vuurtoren Den Oever

De gietijzeren vuurtoren op de Afsluitdijk en nabij Den Oever is een tastbare herinnering aan de tijd dat Wieringen nog een eiland was. Bakens, lichtopstanden en vuurtorens waren van groot belang voor de visserij en scheepvaart op Zuiderzee en Waddenzee.

>

De bokaal van de Overweersche Polder

Noord-Holland is een land van polders, honderden polders. Ze waren nog niet zo lang geleden stuk voor stuk onafhankelijke waterschappen met een eigen bestuur en een eigen belasting. En niet te vergeten: eigen tradities. De Overweersche polder tussen Purmerend en Kwadijk is een goed voorbeeld. Tegenwoordig is die bijna helemaal volgebouwd en ligt hier de grote Purmerendse stadswijk Overwhere.

>

Tuindorp Oostzaan blank!

Op 14 januari 1960 was Tuindorp Oostzaan het toneel van de laatste grote overstroming in Noord-Holland. Na een doorbraak in een dijk langs een zijkanaal van het Noordzeekanaal liep deze hele wijk met 11.000 inwoners onder water. De autoriteiten waren totaal verrast. Een rampenplan was er niet. Pas na twee weken konden de Tuindorpers weer naar huis.

>

Water als vriend en vijand in Andijk

Als je op een zonnige zomerdag achter de IJsselmeerdijk op de basaltblokken zit en de zon spiegelt in het water, dan is er geen vrediger beeld denkbaar. Maar toen in de nacht van 13 op 14 januari 1916 met hoogtij en windkracht 10, het zoute water over de dijk spoelde, dreigde datzelfde water met zijn allesverwoestende kracht het dorp Andijk te verzwelgen.

>
NL | EN