Leven met het water

Water is van oudsher vriend en vijand. In een provincie onder zeeniveau kan men niet mét, maar ook zeker niet zónder water leven. Oude poldermolens, gemalen, dijken en sluizen vertellen het verhaal over de strijd tegen natte voeten. Droogmakerijen belichamen de overwinning van de mens op het woeste water. Maar de Stelling van Amsterdam en de Nieuwe Hollandse Waterlinie laten zien hoe Hollanders het water ook succesvol inzetten als middel tegen indringers. In Noord-Holland is nog veel te bewonderen uit het waterschapsverleden. Al dit erfgoed tezamen maakt het waterverhaal zichtbaar en tastbaar voor toekomstige generaties.

Leven met het water is één van de thema’s van het themajaar Ode aan het Landschap (2021).

Verhalen

De bokaal van de Overweersche Polder

Noord-Holland is een land van polders, honderden polders. Ze waren nog niet zo lang geleden stuk voor stuk onafhankelijke waterschappen met een eigen bestuur en een eigen belasting. En niet te vergeten: eigen tradities. De Overweersche polder tussen Purmerend en Kwadijk is een goed voorbeeld. Tegenwoordig is die bijna helemaal volgebouwd en ligt hier de grote Purmerendse stadswijk Overwhere.

>

Tuindorp Oostzaan blank!

Op 14 januari 1960 was Tuindorp Oostzaan het toneel van de laatste grote overstroming in Noord-Holland. Na een doorbraak in een dijk langs een zijkanaal van het Noordzeekanaal liep deze hele wijk met 11.000 inwoners onder water. De autoriteiten waren totaal verrast. Een rampenplan was er niet. Pas na twee weken konden de Tuindorpers weer naar huis.

>

Water als vriend en vijand

Als je op een zonnige zomerdag achter de IJsselmeerdijk op de basaltblokken zit en de zon spiegelt in het water, dan is er geen vrediger beeld denkbaar. Maar toen in de nacht van 13 op 14 januari 1916 met hoogtij en windkracht 10, het zoute water over de dijk spoelde, dreigde datzelfde water met zijn allesverwoestende kracht het dorp Andijk te verzwelgen. Dat water heette toen nog Zuiderzee.

Dankzij de niet aflatende inspanningen van iedereen die maar een spade kon vasthouden en een dijkdoorbraak bij de Anna Paulowna- en Waardpolder, waardoor het waterpeil zakte,  kon in de vroege morgen van 14 januari toen de wind afnam, met een zucht van verlichting de schade in ogenschouw worden genomen en was het meeste gevaar geweken.

Het was voor velen een angstige nacht geweest. Diverse boeren en tuinders hadden hun belangrijkste bezittingen al in hun polderschuit geladen om, als het water bezit van het land zou nemen, tijdig met vrouw en kinderen te kunnen vluchten. Zover is het gelukkig niet gekomen. Met zandzakken en grote zeilen die op en over de dijk gelegd werden wist de dappere bevolking een dijkdoorbraak te voorkomen. Het was vooral de binnenkant van de dijk die door het overspoelende water verzwakte en dus van binnenuit dreigde door te breken.

>

‘Het Gibraltar van het Noorden’

Amsterdam, 13 oktober 1811. Keizer Napoleon houdt een audiëntie in het Paleis op de Dam. Vandaag ontmoet de keizer Nederlandse militairen. Onder hen de oude Gerrit Jan Pijman, die tweemaal minister van Oorlog is geweest. Ook is daar Cornelis Krayenhoff, de laatste minister van Oorlog onder koning Lodewijk Napoleon.

>

De haven als trekpleister van Oudeschild

De naam Oudeschild is waarschijnlijk afkomstig van het woord schild. Vroeger betekende dat zoiets als modderbank of schelpenbank in zee. Het dorp ligt dan ook iets hoger dan zijn omgeving.

>

Van Zuiderzee tot IJsselmeer

Op 28 mei 1932 werd de Afsluitdijk gedicht. Over de aanleg van de dijk werd al eeuwenlang gedacht en gesproken. Hendrik Stevin, zoon van de bekendere Simon Stevin, was de eerste die in de tweede helft van de zeventiende eeuw een plan ontwierp voor de inpoldering van de Zuiderzee.

>

Dirk Trap schildert de Hondsbossche

Een hulde aan de dijkwerkers van Petten. Dat is dit forse schilderij van Dirk Trap uit de collectie van Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier. We zien twee mannen die met een ‘driepoot’ hijsstelling loodzware zeskantige zuilen basalt aan het plaatsen zijn. Op de voorgrond loopt een stukje werkspoor. Dat klopt precies, want het basalt werd met lorries over een smalspoortje aangevoerd.

>

Petten dubbel door de zee bedreigd

De toestand van het vissersdorpje Petten werd in de loop van de zeventiende eeuw steeds benarder. De Noordzee schuurde voortdurend zand weg van het strand en de duinen. Door die kusterosie spoelde het dorp langzaam maar zeker in zee. Maar ook aan de landkant dreigde gevaar. Bij storm kwam het zeewater over het strand heen en vulde een poel achter het dorp, de Braak of het Krabbewater. Het zag er zeer somber uit.

>

Rel op de Assendelver Zeedijk

Op woensdag 23 januari 1566 verscheen dijkgraaf Sebastiaen Craenhals op de Assendelverzeedijk langs het IJ en Wijkermeer. Hij had een gewapend gevolg en een ploeg timmerlieden bij zich. De timmerknechten begonnen met het versperren van een serie sluisjes in de dijk. Maar direct liep heel Assendelft bewapend met stokken, pieken, hooivorken, bijlen, messen en andere landbouwgereedschap te hoop. Craenhals en zijn gevolg werden ernstig bedreigd en urenlang vastgehouden. Wat zat er achter deze actie van de Assendelver boeren?

>

De golven van de Noordzee

Zeven golven, even rust. En weer - zeven golven, even rust. Het 'golventreintje' rijdt met een keurige regelmaat zijn rondje langs de kust. Uit de dienstregeling valt af te leiden dat iedere golf van top tot dal zo’n twaalf seconden duurt. De trein rijdt mee met de draaiing van de aarde. Hoe dichter de trein bij de kust komt, hoe ondieper de zeebodem. De onderkant van de golven, die op de volle zee bij een storm wel tien meter hoog kunnen zijn, raakt de zeebodem en struikelt zich een weg naar het strand of de dijk, waar de golven bruisend en schuimend uitrollen. Vroeger, toen er nog geen dienstregeling bestond, ging men uit van tien seconden. Het lijkt een futiel verschil, tien of twaalf seconden, maar de consequenties voor de stations die de trein aandoet mogen er zijn, legt Petra Goessen uit. Zij doet namens het Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier onderzoek naar de veiligheid van onze duinen en dijken.

>

Oneindige milieuramp

Rond het jaar 800 was heel Noord-Holland bedekt met een dikke laag moerassig veen. Die veenkussens lagen tot wel vier à vijf meter boven de zeespiegel. In de negende eeuw trokken boeren het veen in en begonnen met de ontginning. Een reusachtige en nu al meer dan 1000 jaar voortdurende milieuramp was het gevolg.

>

Schaatsdrama op de Zuiderzee

Als Koning Winter met strenge hand regeerde, werd tante onrustig. ‘Ja kien,’ zei ze dan op z’n Wierings, ‘toen vroor het ook zo hard.’ Tante haalde  de doos met krantenknipsels van zolder en vervolgens kwam het hele verhaal op tafel. Zo werd ik, aandachtig luisterend en nog maar een kind, deelgenoot van haar familiedrama waarbij vader, broer en opa omkwamen.

>

Waterhuishouding Randstad

De waterhuishouding van de regio Amsterdam is in handen van vier waterschappen en Rijkswaterstaat. Zij zorgen voor waterveiligheid en de kwaliteit van het water.

>

De Amsterdamse haven: zeven eeuwen scheepvaart

De Amsterdamse haven maakt deel uit van de Havenregio in het Noordzeekanaalgebied. De havens strekken zich uit over een gebied van 4500 hectare. Gezamenlijk profileren deze havens zich als de Zeehavens Amsterdam.

>

Groene Long of Lange Rond?

Op 14 september 1972 vond een grote vergadering plaats in hotel-café De Ooievaar in Uitgeest. De bestuurders van tientallen waterschappen waren daarbij aanwezig. Dijkgraaf C.P. Jongens van de polder Starnmeer overhandigde een plan voor de oprichting van een nieuw waterschap aan gedeputeerde J. van Dis uit Haarlem. De voorgestelde naam van dat waterschap was ‘De Groene Long’. Maar het werd uiteindelijk Waterschap Het Lange Rond.

>

Sluisjes in de Velserdijk

De Velserdijk is één van de oudste overgebleven dijktypes met sluisjes. Om die reden is de dijk een authentiek, waterstaatkundig zeldzaam geworden element in het landschap. Bovendien is de dijk, onderdeel van de IJdijken, van sociaalhistorisch en landbouwhistorisch belang vanwege de functie van bescherming van de weidegebieden.

>

Het Noordzeekanaal, een prestatie van formaat

Op 1 november 1876 kwam het gereed: het Noordzeekanaal. Bij de aanleg kwam heel wat kijken: het doorgraven van de duinen, de bouw van de sluizen, de aanleg van het kanaal, de drooglegging van het grootste deel van het IJ. Het zou nu nog een waterstaatkundige topprestatie zijn. Dat de Amsterdamse haven de kortst denkbare verbinding met zee kreeg, lijkt niet meer dan logisch. Maar ze kwam er niet zonder slag of stoot.

>

De bokaal van de Hondsbossche

De huidige waterschappen in Nederland zijn stuk voor stuk moderne organisaties. Maar dat betekent niet dat ze geen gevoel voor de historie en traditie hebben. Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier kent bijvoorbeeld nog steeds een schouwmaaltijd.

>

’s Winters droog of ’s winters blank

Eeuwenlang was het ’s winters een natte boel in de polders in de buurt van Schoorl, Bergen, Heiloo, Limmen en Heemskerk. De boeren zetten ’s winters vaak de molen van hun polder stil en lieten expres water naar binnen. Ze hadden daar goede redenen voor. Allereerst vormde het uit het water bezonken slib een goede bemesting voor het grasland. Daarnaast was de inundatie een probaat middel om ongedierte te verdelgen.

>