Leven met het water

Water is van oudsher vriend en vijand. In een provincie onder zeeniveau kan men niet mét, maar ook zeker niet zónder water leven. Oude poldermolens, gemalen, dijken en sluizen vertellen het verhaal over de strijd tegen natte voeten. Droogmakerijen belichamen de overwinning van de mens op het woeste water. Maar de Stelling van Amsterdam en de Nieuwe Hollandse Waterlinie laten zien hoe Hollanders het water ook succesvol inzetten als middel tegen indringers. In Noord-Holland is nog veel te bewonderen uit het waterschapsverleden. Al dit erfgoed tezamen maakt het waterverhaal zichtbaar en tastbaar voor toekomstige generaties.

Leven met het water is één van de thema’s van het themajaar Ode aan het Landschap (2021).

Verhalen

De IJsselmeerdijk opgeblazen (1945)

Op deze plek, enkele kilometers ten zuidoosten van Den Oever, herinneren twee wielen ofwel binnenmeertjes en een kronkel in de dijk aan de ramp die hier op 17 april 1945 plaatsvindt. Duizenden mensen moeten vluchten voor het water.

>

Stevinsluizen bij Den Oever

De Stevinsluizen staan aan de Noord-Hollandse kant van de Afsluitdijk, vlakbij Den Oever. Samen met de Lorentzsluizen bij Kornwerderzand, aan de Friese kant van de dijk, regelen zij het waterpeil van het IJsselmeer en daarmee ook van het achterland. Het water van het IJsselmeer wordt gespuid op de Waddenzee. De Stevinsluizen zijn vernoemd naar Hendrik Stevin (1614-1668), die al in 1667 een geniaal, maar destijds technisch onuitvoerbaar plan bedenkt om de Zuiderzee af te sluiten en in te polderen. Indirect is zijn werk een inspiratiebron voor de plannen die ingenieur Cornelis Lely in 1891 presenteert en die uiteindelijk in 1918 leiden tot de ‘Wet ter Droogmaking van de Zuiderzee’.

>

Wierdijk bij de Hoelm

De kern van de dijk bij Hippolytushoef is een oude wierdijk. Wierdijken ontstaan als rond het jaar 1400 dijkenbouwers ertoe overgaan om de dijken te versterken met wierpakketten. Tot die tijd zijn de dijken eigenlijk niet meer dan aarden wallen, gemaakt van opgestapelde plaggen die onder het geweld van de immer beukende golven steeds weer afkalven. Om deze afslag tegen te gaan worden er pakketten gedroogd wier(zeegras) aan de zeekant voor de dijk geplaatst.

>

Moordenaarsbraak: sporen van strijd tegen het water

Staand op de kruin van de oude Zuiderzeedijk heeft men zicht op de sporen die de roerige ontstaanswijze van polder De Zeevang in het landschap heeft achtergelaten. Achter de kronkelige zeedijk ziet men diverse binnenmeertjes. Dit zijn restanten van vroegere dijkdoorbraken en ze heten braken of wielen. Op de dijk tussen Edam en Hoorn passeert men er een aantal, zoals de Heintjesbraak, Zandbraak, Groote Braak en Moordenaarsbraak. Deze laatste benaming is een verwijzing naar het geweld waarmee zulke dijkdoorbraken gepaard ging. Wie pal achter de Zuiderzeedijk woonde, was zijn leven nooit zeker.

>

Haven van Monnickendam: De Palingroker

Bij het bruggetje over de haven in Monnickendam staat een bronzen beeld, gemaakt door kunstenaar Rob Cerneus, van een palingroker. Dit ambacht is bijna verdwenen uit Monnickendam, maar vroeger stond het stadje vol met palingrokerijen. Het roken en verhandelen van vis was een belangrijke beroepstak in Monnickendam. Dit gold niet voor het vangen van de vis, dat deden voornamelijk de inwoners van Volendam, Marken en Durgerdam. Met de komst van de Afsluitdijk kreeg de visserij het zwaar te verduren en verdwenen bijna alle rokerijen uit de stad, op twee na.

>

De Bunker, Paal 20 De Koog,Texel

Mijn verhaal speelt zich af in de beginjaren vijftig van de vorige eeuw. De exploitant van een door de Duitsers in de oorlogsjaren als onderdeel van de Atlantikwall gebouwde bunker op het strand bij paal 20 De Koog en nu in gebruik genomen als zomers ’Koek en Zopie’ heette C. (Kees) van der Meulen. Hij werd door iedereen ‘Ome’ Kees genoemd, was getrouwd en woonde in de Azaleastraat in Leeuwarden. Hij had een zoon die stuurman op de grote vaart was. Deze woonde in mijn herinnering op Ameland of Schiermonnikoog, maar het kan natuurlijk ook Terschelling geweest zijn. Ome Kees was op Texel verzeild geraakt door zijn werk als kok bij de ’sneeuwklokjes’ expedities naar Frankrijk, georganiseerd door de gebroeders Piet en Nanning Kikkert van het Waalenburgerhuis en hoeve Vredestein. Nog steeds herinneren in het vroege voorjaar de witte velden in de Dennen aan deze avontuurlijke tijd. Veel later kwam ik er achter dat Nanning Kikkert de bunker van Rijkswaterstaat pachtte en Ome Kees bij hem in dienst was. Ik ontmoette hem voor het eerst in de zomervakantie van 1953. Ome Kees verbleef in een strandhuisje naast de bunker. Dit huisje huurde hij van Jan Maas, de altijd goedlachse en toen nog vrijgezelle badman van het strandverhuurbedrijf Noorderbad. Maar ook in Den Burg had hij een slaapadres, een kamer boven het bekende en in de beleving van velen beruchte Café De Karseboom van Gerard Rump aan de Vismarkt. Sinds 1948 brachten mijn moeder en ik de zomers op Texel door. Mijn moeder werkte in hotel ’Het Witte Huis’ dat sinds dat jaar door haar broer Bill Visser en zijn vrouw werd geëxploiteerd. Ik ’moest’ en ging graag mee. Een mooiere zomervakantie kon ik mij niet voorstellen. Een vakantie vol strand, zee en avontuur. In 1953 was ik elf jaar, kwam van de lagere school in mijn woonplaats Baarn en was geslaagd voor het toen nog verplichte toelatingsexamen voor de middelbare school. Tijd voor een vakantiebaantje.

>

Van Ewijcksluis

Van Ewijcksluis, sinds 2012 onderdeel van de gemeente Hollands Kroon, ligt op de rand van de Waddenzee en het Amstelmeer, in het noordelijke puntje van de Anna Paulownapolder. Het dorp, ontstaan bij de sluis tussen de Oude Veer en het toenmalige Amsteldiep, is vernoemd naar Daniel Jacob van Ewijck van Oostbroek van de Bilt. Als gouverneur van de toenmalige Koning Willem II is hij in 1846 betrokken bij de inpoldering van de Anna Paulownapolder.

>

Noordhollands Kanaal

Verzanding van de vaargeulen in de Zuiderzee bemoeilijkt aan het begin van de negentiende eeuw de scheepvaart tussen de Noordzee en de haven van Amsterdam. De aanleg van een nieuwe, snelle verbinding voor grote, diepgaande zeeschepen is noodzakelijk. In 1819 wordt begonnen met de bouw van ‘Het Groot Noord-Hollandsch Kanaal’, op kaarten uit die tijd ook wel ‘Het Groot Amsterdamsch Kanaal door Noord-Holland’ genoemd. De bedenker is Jan Blanken, een ervaren waterstaatsingenieur en technisch adviseur van de toenmalige koning Willem I.

>

Willem van Oranje en de Zijpe

In augustus 1574 stuurde Willem van Oranje vanuit Rotterdam een brief naar Alkmaar. Hij tekende hem in eigen persoon: GUILL[AUME] DE NASSAU. Het ging om de hernieuwde bedijking van de Zijpe in de Kop van Noord-Holland. De dijken van de Zijpe waren doorgestoken om de Spanjaarden af te weren. Die belegerden in 1573 Alkmaar. Wat schreef onze ‘vader des vaderlands’ precies en waarom?

>

Volendam tijdens watersnood 1916

In de nacht van 13 op 14 januari 1916 werd Noord-Holland door een grote watersnood getroffen. Tijdens een zware noordwesterstorm braken overal langs de Zuiderzee de dijken. Heel Waterland, de oostzijde van de Zaanstreek en de Anna Paulownapolder verdwenen onder het zoute water. Op het eiland Marken verdronken 16 mensen. Dit schilderij door Maurice Sijs geeft een treffend beeld van het overstroomde Volendam.

>

Van kompas naar kansel

De geschiedenis van de voormalige Gemeentelijke Zeevaartschool Texel, 1913-1933, vastgelegd in verhaalvorm. De levensloop van een bijzondere leerling, Piet Lugtigheid: van stuurman tot dominee.

>

Storm over Petten, 1953

Tijdens de grote stormramp van 1953 verloren in Zeeland, West-Brabant en de Zuid-Hollandse eilanden 1835 mensen het leven. Op Texel verdronken zes mensen. Maar ook te Petten en Camperduin was het nacht om nooit te vergeten.

>

Achtermeer eerste droogmakerij

Bekende droogmakerijen zijn natuurlijk de Beemster en de Haarlemmermeer. Maar wist je dat de eerste droogmakerij net buiten Alkmaar was?

>

Marken en Sijtje Boes

Tot 1957, toen het eiland Marken door een kade met het vasteland werd verbonden, kwam iedere bezoeker met de bootin het haventje van het vissersdorp aan. De kleine houten huizen aan de kade waren groen geschilderd, net zoals dat nu nog het geval is. Een dergelijke aankomst zal, toen Marken nog een grote vissersvloot bezat, een spectaculaire aanblik hebben geboden.

>

De Zeedijk beoosten Muiden

De Zeedijk ten oosten van Muiden heeft het land honderden jaren beschermd tegen het water. Al vanaf de 14de eeuw wordt de dijk vermeld, soms onder de naam Houtdijk. De Zeedijk bestaat uit twee delen: het eerste deel loopt vanaf het Muiderslot tot aan de hoge gronden ten westen van Muiderberg, de Bokkedijk. Het tweede deel loopt vanaf de hoge gronden oostelijk van Muiderberg tot aan de Provinciale Zeedijk, de Krommedijk.

>

Gemaal Beetskoog warm kloppend polderhart

Als je aan komt lopen hoor je al het gestage bonken. En binnen dreunt iedere slag in je binnenste door. Het gaat om de ploffen van de maar liefst 6600 kilo zware dieselmotor van het gemaal Beetskoog. Je kan de klappen van de grote motor gemakkelijk tellen. Hier klopt duidelijk het hart van de polder!

>

Polder Duivendrecht duizend jaar

De Duivendrechtse Polder is één van de oudste polders in Nederland. Ze bestaat al bijna duizend jaar. De polder was van Duivendrechtse Laan (Rijksstraatweg) tot aan de Amstel ooit één geheel. Toen kon je van Duivendrecht naar Ouderkerk kijken en omgekeerd. De bouw van de spoorlijn in 1843 was de eerste doorsnijding van de gemeente Ouder-Amstel.

>
NL | EN