Leven met het water

Water is van oudsher vriend en vijand. In een provincie onder zeeniveau kan men niet mét, maar ook zeker niet zónder water leven. Oude poldermolens, gemalen, dijken en sluizen vertellen het verhaal over de strijd tegen natte voeten. Droogmakerijen belichamen de overwinning van de mens op het woeste water. Maar de Stelling van Amsterdam en de Nieuwe Hollandse Waterlinie laten zien hoe Hollanders het water ook succesvol inzetten als middel tegen indringers. In Noord-Holland is nog veel te bewonderen uit het waterschapsverleden. Al dit erfgoed tezamen maakt het waterverhaal zichtbaar en tastbaar voor toekomstige generaties.

Leven met het water is één van de thema’s van het themajaar Ode aan het Landschap (2021).

Verhalen

Achtermeer eerste droogmakerij

Bekende droogmakerijen zijn natuurlijk de Beemster en de Haarlemmermeer. Maar wist je dat de eerste droogmakerij net buiten Alkmaar was?

>

Gemaal Beetskoog warm kloppend polderhart

Als je aan komt lopen hoor je al het gestage bonken. En binnen dreunt iedere slag in je binnenste door. Het gaat om de ploffen van de maar liefst 6600 kilo zware dieselmotor van het gemaal Beetskoog. Je kan de klappen van de grote motor gemakkelijk tellen. Hier klopt duidelijk het hart van de polder!

>

Waterbeheer in Diemen

Ooit bestond het grondgebied van de huidige gemeente Diemen voor een veel groter deel uit oppervlaktewater. Er was voortdurende wateroverlast, dreiging van overstromingen en de grond was drassig. Zonder menselijk ingrijpen had het land weinig waarde. Hierin ligt de oorsprong van de dijkopbouw en het hoogheemraadschap in Diemen.

>

Geen muggen, geen malaria

In tropische streken sterven nog steeds jaarlijks honderdduizenden mensen aan malaria. Wie wel eens naar een risicogebied op vakantie is geweest, weet er alles van: eerst naar de GGD voor een preventieve tablettenkuur. Maar helemaal nog niet zo lang geleden was ook Noord-Holland nog een groot malariabroeinest.

>

“Helpt ons Heere”

In de nacht van 4 op 5 november 1675 werd Noord-Holland door een watersnood getroffen die zijn weerga niet kent. Het zoute water kwam tot Leiden. In de regio benoorden het IJ overstroomden de oostkant van West-Friesland, de Zeevang en Waterland. Overal bengelden de noodklokken. “Helpt ons Heere want wy vergaen”, bad de angstige bevolking.

>

Duitse bezetter zet Beemster blank

Tijdens de oorlogsjaren verdween de Beemster tot twee keer toe voor een belangrijk deel onder water. Na de Duitse inval op 10 mei 1940 begon het Nederlandse leger direct met het uitvoeren van de geplande inundaties rond de forten van de Stelling van Amsterdam in de polder. In het vroege voorjaar van 1944 verdween de hele zuid- en zuidoostkant van de Beemster opnieuw onder water. Nu gebeurde dat op last van de Duitse bezetter. Deze inundatie duurde ruim een jaar tot begin mei 1945.

>

Slagschip gestrand!

Het wrak ligt er nog steeds. Tot 28 juli 2014 staken bij eb de roestige resten duidelijk zichtbaar boven water uit. Toen verdween het onder een dikke laag zand ter versterking van de Hondsbossche Zeewering. Het gaat om het formidabele Engelse slagschip H.M.S. Prince George, te water gelaten in 1895. Het schip was bijna 120 meter lang en mat 14.000 ton. De Prince George had een bepantsering van 45 centimeter dik. De hoofdbewapening bestond uit vier kanonnen die granaten van 390 kilo konden afvuurden. Op 28 december 1921 strandde de Prince George op de Hondsbossche Zeewering bij Camperduin. Hoe kon dat gebeuren?

>

De ramp van 1953 op Texel

1953: een jaartal dat nog steeds in het nationale geheugen gebeiteld staat, zelfs na meer dan een halve eeuw. In de nacht van 31 januari op 1 februari 1953 sloeg de zee vernietigend toe. Een noordwesterstorm in combinatie met springvloed bleek fataal voor de dijken van Zeeland, West-Brabant en de Zuid-Hollandse eilanden. De aandacht gaat bij dit alles terecht vooral uit naar Zeeland. Maar ook op Texel hield de storm huis. Op het eiland verdronken zes vrijwilligers. Zij waren naar de dijk gekomen om een polder voor overstroming te behoeden. Daarom moet ook het verhaal van de Ramp op Texel verteld en dóór verteld worden.

>

Schoot-ân 2009 … een gesprek aan de bar

De geschiedenis van de voormalige Gemeentelijke Zeevaartschool Texel, 1913-1933, vastgelegd in verhaalvorm. De levensloop van oud-leerlingen Johannes Herlé, Pieter Vijn en Jan Hazewinkel.

>

Vuurtoren Den Oever

De gietijzeren vuurtoren op de Afsluitdijk en nabij Den Oever is een tastbare herinnering aan de tijd dat Wieringen nog een eiland was. Bakens, lichtopstanden en vuurtorens waren van groot belang voor de visserij en scheepvaart op Zuiderzee en Waddenzee.

>

De bokaal van de Overweersche Polder

Noord-Holland is een land van polders, honderden polders. Ze waren nog niet zo lang geleden stuk voor stuk onafhankelijke waterschappen met een eigen bestuur en een eigen belasting. En niet te vergeten: eigen tradities. De Overweersche polder tussen Purmerend en Kwadijk is een goed voorbeeld. Tegenwoordig is die bijna helemaal volgebouwd en ligt hier de grote Purmerendse stadswijk Overwhere.

>

Tuindorp Oostzaan blank!

Op 14 januari 1960 was Tuindorp Oostzaan het toneel van de laatste grote overstroming in Noord-Holland. Na een doorbraak in een dijk langs een zijkanaal van het Noordzeekanaal liep deze hele wijk met 11.000 inwoners onder water. De autoriteiten waren totaal verrast. Een rampenplan was er niet. Pas na twee weken konden de Tuindorpers weer naar huis.

>

Water als vriend en vijand

Als je op een zonnige zomerdag achter de IJsselmeerdijk op de basaltblokken zit en de zon spiegelt in het water, dan is er geen vrediger beeld denkbaar. Maar toen in de nacht van 13 op 14 januari 1916 met hoogtij en windkracht 10, het zoute water over de dijk spoelde, dreigde datzelfde water met zijn allesverwoestende kracht het dorp Andijk te verzwelgen. Dat water heette toen nog Zuiderzee.

Dankzij de niet aflatende inspanningen van iedereen die maar een spade kon vasthouden en een dijkdoorbraak bij de Anna Paulowna- en Waardpolder, waardoor het waterpeil zakte,  kon in de vroege morgen van 14 januari toen de wind afnam, met een zucht van verlichting de schade in ogenschouw worden genomen en was het meeste gevaar geweken.

Het was voor velen een angstige nacht geweest. Diverse boeren en tuinders hadden hun belangrijkste bezittingen al in hun polderschuit geladen om, als het water bezit van het land zou nemen, tijdig met vrouw en kinderen te kunnen vluchten. Zover is het gelukkig niet gekomen. Met zandzakken en grote zeilen die op en over de dijk gelegd werden wist de dappere bevolking een dijkdoorbraak te voorkomen. Het was vooral de binnenkant van de dijk die door het overspoelende water verzwakte en dus van binnenuit dreigde door te breken.

>

‘Het Gibraltar van het Noorden’

Amsterdam, 13 oktober 1811. Keizer Napoleon houdt een audiëntie in het Paleis op de Dam. Vandaag ontmoet de keizer Nederlandse militairen. Onder hen de oude Gerrit Jan Pijman, die tweemaal minister van Oorlog is geweest. Ook is daar Cornelis Krayenhoff, de laatste minister van Oorlog onder koning Lodewijk Napoleon.

>

De haven als trekpleister van Oudeschild

De naam Oudeschild is waarschijnlijk afkomstig van het woord schild. Vroeger betekende dat zoiets als modderbank of schelpenbank in zee. Het dorp ligt dan ook iets hoger dan zijn omgeving.

>

Dirk Trap schildert de Hondsbossche

Een hulde aan de dijkwerkers van Petten. Dat is dit forse schilderij van Dirk Trap uit de collectie van Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier. We zien twee mannen die met een ‘driepoot’ hijsstelling loodzware zeskantige zuilen basalt aan het plaatsen zijn. Op de voorgrond loopt een stukje werkspoor. Dat klopt precies, want het basalt werd met lorries over een smalspoortje aangevoerd.

>

Petten dubbel door de zee bedreigd

De toestand van het vissersdorpje Petten werd in de loop van de zeventiende eeuw steeds benarder. De Noordzee schuurde voortdurend zand weg van het strand en de duinen. Door die kusterosie spoelde het dorp langzaam maar zeker in zee. Maar ook aan de landkant dreigde gevaar. Bij storm kwam het zeewater over het strand heen en vulde een poel achter het dorp, de Braak of het Krabbewater. Het zag er zeer somber uit.

>

Rel op de Assendelver Zeedijk

Op woensdag 23 januari 1566 verscheen dijkgraaf Sebastiaen Craenhals op de Assendelverzeedijk langs het IJ en Wijkermeer. Hij had een gewapend gevolg en een ploeg timmerlieden bij zich. De timmerknechten begonnen met het versperren van een serie sluisjes in de dijk. Maar direct liep heel Assendelft bewapend met stokken, pieken, hooivorken, bijlen, messen en andere landbouwgereedschap te hoop. Craenhals en zijn gevolg werden ernstig bedreigd en urenlang vastgehouden. Wat zat er achter deze actie van de Assendelver boeren?

>

Oneindige milieuramp

Rond het jaar 800 was heel Noord-Holland bedekt met een dikke laag moerassig veen. Die veenkussens lagen tot wel vier à vijf meter boven de zeespiegel. In de negende eeuw trokken boeren het veen in en begonnen met de ontginning. Een reusachtige en nu al meer dan 1000 jaar voortdurende milieuramp was het gevolg.

>