Leven met het water

Water is van oudsher vriend en vijand. In een provincie onder zeeniveau kan men niet mét, maar ook zeker niet zónder water leven. Oude poldermolens, gemalen, dijken en sluizen vertellen het verhaal over de strijd tegen natte voeten. Droogmakerijen belichamen de overwinning van de mens op het woeste water. Maar de Stelling van Amsterdam en de Nieuwe Hollandse Waterlinie laten zien hoe Hollanders het water ook succesvol inzetten als middel tegen indringers. In Noord-Holland is nog veel te bewonderen uit het waterschapsverleden. Al dit erfgoed tezamen maakt het waterverhaal zichtbaar en tastbaar voor toekomstige generaties.

Leven met het water is één van de thema’s van het themajaar Ode aan het Landschap (2021).

Verhalen

Beleef de Waddenzee: ga wadlopen!

Struinend over zandplaten en door geulen ervaar je het Wad zoals het is: slikkig, nat, dynamisch. Vanuit Den Oever, Den Helder en op Texel kan iedereen meedoen aan veilige wadlooptochten van een paar uur. Een kleine groep fanaten waagt zich aan extreme oversteken zoals die van Texel naar Vlieland. In 2013 werd een bijzonder jubileum gevierd.

>

Hoe het Marsdiep ontstond

Het waddengebied is uniek. Een fantastisch getijdensysteem dat zich al eeuwenlang volgens natuurwetten ontwikkelt. Het ontstaan van het zeegat Marsdiep is daar een goed voorbeeld van.

>

Wadplaat Balgzand is megatrekpleister voor vogels

Bij vloed staan duizenden scholeksters, wulpen en andere steltlopers samengepakt op droog gebleven kwelderland. Bij eb waaieren de vogels uit over kilometers slik, wadplaat en kreken, want daar is eten in overvloed. Balgzand is als een driesterrenrestaurant: bekroond en beroemd, en belangrijk voor de vogelstand wereldwijd.

>

Weergaloos wad is uniek in zijn soort

Het waddengebied, samen met zijn eilanden, geulen en wadplaten, is gevormd door de zee. Nergens anders in de wereld vind je een getijdenlandschap dat zo rijk is aan unieke natuurlijke verschijnselen als in de Waddenzee. Vanwege drie bijzondere eigenschappen staat de Waddenzee prominent op de UNESCO Werelderfgoedlijst.

>

Willem I laat ‘waterwolf’ temmen

Met een pennenstreek zet Willem I een punt onder een discussie die eeuwenlang had voortgekabbeld over de vraag: hoe tem je de ‘waterwolf’. Dat Haarlemmermeer vrat namelijk steeds meer land op. Hele dorpen waren al in de golven verdwenen. En het hield maar niet op.

>

Atlas der Neederlanden: Noord-Hollandse zeegeulen en ondiepten in kaart gebracht

Een verrassend groepje zee- en kustkaarten in handschrift van het kustgat tussen het vasteland en Texel,  gaat vooraf aan de meer algemene gedrukte kaarten van Holland boven het IJ. Bij deze kaartenset draait het om de nauwkeurige weergave van de wispelturige geulen, de ondiepten, de scheepswrakken en de bakens die aan een veilige doorvaart van de drukbevaren zeegaten moeten bijdragen. De veranderlijkheid van natuurlijke gegevenheden en de continue noodzaak van aanpassing van de betonning en andere bakens was een extra reden om de kaarten in handschrift uit te voeren. Een gedrukte kaart zou te snel aan veroudering onderhevig zijn en om de haverklap een nieuwe, gewijzigde oplage vereisen.

>

Opgeblazen IJsselmeerdijk 1945

Op deze plek, enkele kilometers ten zuidoosten van Den Oever, herinneren twee wielen ofwel binnenmeertjes en een kronkel in de dijk aan de ramp die hier op 17 april 1945 plaatsvindt. Duizenden mensen moeten vluchten voor het water.

>

Boomstamkano

Op deze plek is in 2007 een meer dan 5.000 jaar oude boomstamkano opgegraven. Het Trechterbekervolk maakt deze prehistorische eikenhouten kano in een tijd dat het ook de hunebedden in Drenthe bouwt.

>

De Stelling van Den Oever

Door de komst van de Afsluitdijk is Noord-Holland een stuk makkelijker te bereiken voor vijanden uit het oosten. Daarom eist het Ministerie van Defensie dat er verdedigende stellingen worden gebouwd, één bij Den Oever en één bij Kornwerderzand. De kosten van deze stellingen komen echter voor rekening van Rijkswaterstaat. De stellingen bestaan uit een aantal betonkazematten, gelegen op plateaus en strekdammen.

>

Stevinsluizen bij Den Oever

De Stevinsluizen staan aan de Noord-Hollandse kant van de Afsluitdijk, vlakbij Den Oever. Samen met de Lorentzsluizen bij Kornwerderzand, aan de Friese kant van de dijk, regelen zij het waterpeil van het IJsselmeer en daarmee ook van het achterland. Het water van het IJsselmeer wordt gespuid op de Waddenzee. De Stevinsluizen zijn vernoemd naar Hendrik Stevin (1614-1668), die al in 1667 een geniaal, maar destijds technisch onuitvoerbaar plan bedenkt om de Zuiderzee af te sluiten en in te polderen. Indirect is zijn werk een inspiratiebron voor de plannen die ingenieur Cornelis Lely in 1891 presenteert en die uiteindelijk in 1918 leiden tot de ‘Wet ter Droogmaking van de Zuiderzee’.

>

Wierdijk bij de Hoelm

De kern van de dijk waar u nu op staat is een oude wierdijk. Wierdijken ontstaan als rond het jaar 1400 dijkenbouwers ertoe overgaan om de dijken te versterken met wierpakketten. Tot die tijd zijn de dijken eigenlijk niet meer dan aarden wallen, gemaakt van opgestapelde plaggen die onder het geweld van de immer beukende golven steeds weer afkalven. Om deze afslag tegen te gaan worden er pakketten gedroogd wier(zeegras) aan de zeekant voor de dijk geplaatst. Door het wier samen te persen en te drogen ontstaan keiharde wierpakketten. Deze pakketten worden door in de grond geslagen palen op hun plaats gehouden. Dit schild van wier en palen, de wierriem genoemd, beschermt de aarden dijk die er achterligt. Door het ontbreken van de karakteristieke glooiingen, zo kenmerkend voor de hedendaagse dijk, heeft de wierdijk, met zijn steile voor- en achterkant meer iets weg van een muur. Wierdijken hebben constant onderhoud nodig, het wier klinkt in en moet worden aangevuld. Door de steile vorm is de dijk kwetsbaar voor golfslag en raakt ondermijnd. Door deze ondermijning scheurt de wierriem soms over wel honderden meters los. In het begin van de 18de eeuw komt er uit een onverwachte hoek nog een nieuw probleem bij.

>

Wester- en Oosterklief op Wieringen

Het glooiende landschap van Wieringen wordt gekenmerkt door twee stuwwallen die 150.000 jaar geleden tijdens de voorlaatste ijstijd, het Saalien, werden gevormd. Deze stuwwallen bestaan uit keileem, keien, grind, zand en leem. Westerklief ligt aan de westzijde van een stuwwal, waar door erosie van de zee in de tijd dat Wieringen nog een eiland was, een klifkust was ontstaan. Zowel Westerklief als het iets oostelijker gelegen Oosterklief danken hun naam hieraan.

>

De Bunker, Paal 20 De Koog,Texel

Mijn verhaal speelt zich af in de beginjaren vijftig van de vorige eeuw. De exploitant van een door de Duitsers in de oorlogsjaren als onderdeel van de Atlantikwall gebouwde bunker op het strand bij paal 20 De Koog en nu in gebruik genomen als zomers ’Koek en Zopie’ heette C. (Kees) van der Meulen. Hij werd door iedereen ‘Ome’ Kees genoemd, was getrouwd en woonde in de Azaleastraat in Leeuwarden. Hij had een zoon die stuurman op de grote vaart was. Deze woonde in mijn herinnering op Ameland of Schiermonnikoog, maar het kan natuurlijk ook Terschelling geweest zijn. Ome Kees was op Texel verzeild geraakt door zijn werk als kok bij de ’sneeuwklokjes’ expedities naar Frankrijk, georganiseerd door de gebroeders Piet en Nanning Kikkert van het Waalenburgerhuis en hoeve Vredestein. Nog steeds herinneren in het vroege voorjaar de witte velden in de Dennen aan deze avontuurlijke tijd. Veel later kwam ik er achter dat Nanning Kikkert de bunker van Rijkswaterstaat pachtte en Ome Kees bij hem in dienst was. Ik ontmoette hem voor het eerst in de zomervakantie van 1953. Ome Kees verbleef in een strandhuisje naast de bunker. Dit huisje huurde hij van Jan Maas, de altijd goedlachse en toen nog vrijgezelle badman van het strandverhuurbedrijf Noorderbad. Maar ook in Den Burg had hij een slaapadres, een kamer boven het bekende en in de beleving van velen beruchte Café De Karseboom van Gerard Rump aan de Vismarkt. Sinds 1948 brachten mijn moeder en ik de zomers op Texel door. Mijn moeder werkte in hotel ’Het Witte Huis’ dat sinds dat jaar door haar broer Bill Visser en zijn vrouw werd geëxploiteerd. Ik ’moest’ en ging graag mee. Een mooiere zomervakantie kon ik mij niet voorstellen. Een vakantie vol strand, zee en avontuur. In 1953 was ik elf jaar, kwam van de lagere school in mijn woonplaats Baarn en was geslaagd voor het toen nog verplichte toelatingsexamen voor de middelbare school. Tijd voor een vakantiebaantje.

>

Van Ewijcksluis

Van Ewijcksluis, sinds 2012 onderdeel van de gemeente Hollands Kroon, ligt op de rand van de Waddenzee en het Amstelmeer, in het noordelijke puntje van de Anna Paulownapolder. Het dorp, ontstaan bij de sluis tussen de Oude Veer en het toenmalige Amsteldiep, is vernoemd naar Daniel Jacob van Ewijck van Oostbroek van de Bilt. Als gouverneur van de toenmalige Koning Willem II is hij in 1846 betrokken bij de inpoldering van de Anna Paulownapolder.

>

Noordhollands Kanaal

Verzanding van de vaargeulen in de Zuiderzee bemoeilijkt aan het begin van de negentiende eeuw de scheepvaart tussen de Noordzee en de haven van Amsterdam. De aanleg van een nieuwe, snelle verbinding voor grote, diepgaande zeeschepen is noodzakelijk. In 1819 wordt begonnen met de bouw van ‘Het Groot Noord-Hollandsch Kanaal’, op kaarten uit die tijd ook wel ‘Het Groot Amsterdamsch Kanaal door Noord-Holland’ genoemd. De bedenker is Jan Blanken, een ervaren waterstaatsingenieur en technisch adviseur van de toenmalige koning Willem I.

>

Fort Dirks Admiraal in Den Helder

Nadat Napoleon Bonaparte in 1810 Nederland heeft ingelijfd bij het Franse Keizerrijk, brengt hij in het najaar van 1811 een inspectiebezoek aan Den Helder. Hij verklaart dat Den Helder vanwege de strategische ligging van de Helderse haven het “Gibraltar van het Noorden” moet worden. Om deze droom te verwezelijken, heeft Den Helder op dat moment echter te weinig verdedigingswerken.

>

Lange Jaap

Voor de scheepvaart worden er aan het eind van de 19e eeuw langs de Noord-Hollandse kust nieuwe wachtposten en vuurtorens gebouwd, waaronder in 1878 de Lange Jaap. De gietijzeren vuurtoren, een ontwerp van Quirinus Harder, moet de veiligheid van de schepen ter hoogte van het Texelse Gat waarborgen. De bijnaam ‘Lange Jaap’ krijgt de toren al snel vanwege zijn typische (16-kantige) vorm en lengte. Met zijn 63,45 meter lengte is de rode vuurtoren niet alleen een baken voor zeelieden maar ook voor bewoners van Den Helder en omgeving. Bijna honderd jaar lang is deze vuurtoren de hoogste van Nederland. Sinds 1974 is de toen nieuwgebouwde toren op de Maasvlakte hoger.

>

Willem van Oranje en de Zijpe

In augustus 1574 stuurde Willem van Oranje vanuit Rotterdam een brief naar Alkmaar. Hij tekende hem in eigen persoon: GUILL[AUME] DE NASSAU. Het ging om de hernieuwde bedijking van de Zijpe in de Kop van Noord-Holland. De dijken van de Zijpe waren doorgestoken om de Spanjaarden af te weren. Die belegerden in 1573 Alkmaar. Wat schreef onze ‘vader des vaderlands’ precies en waarom?

>

Van kompas naar kansel

De geschiedenis van de voormalige Gemeentelijke Zeevaartschool Texel, 1913-1933, vastgelegd in verhaalvorm. De levensloop van een bijzondere leerling, Piet Lugtigheid: van stuurman tot dominee.

>