Leven met het water

Water is van oudsher vriend en vijand. In een provincie onder zeeniveau kan men niet mét, maar ook zeker niet zónder water leven. Oude poldermolens, gemalen, dijken en sluizen vertellen het verhaal over de strijd tegen natte voeten. Droogmakerijen belichamen de overwinning van de mens op het woeste water. Maar de Stelling van Amsterdam en de Nieuwe Hollandse Waterlinie laten zien hoe Hollanders het water ook succesvol inzetten als middel tegen indringers. In Noord-Holland is nog veel te bewonderen uit het waterschapsverleden. Al dit erfgoed tezamen maakt het waterverhaal zichtbaar en tastbaar voor toekomstige generaties.

Leven met het water is één van de thema’s van het themajaar Ode aan het Landschap (2021).

Verhalen

De Reede van Texel: wekenlang wachten op de juiste wind

Vanaf de vijftiende eeuw is het een drukte van belang voor de kust van Texel. Schepen verzamelen zich daar in afwachting van de juiste wind om door te kunnen varen naar de Oostzee, één van de belangrijkste handelsroutes in die tijd.

>

Noordhollandsch kanaal – Poldergasten

In het kader van de tentoonstelling 200 jaar Noordhollandsch Kanaal schreef historicus Maarten Hell voor ons een aantal verhalen over de geschiedenis van dit bijzondere kanaal. Dit tweede verhaal gaat over de grondwerkers die het kanaal met de hand hebben uitgegraven.

>

De Martinuskerk en de zeeslag op het Hoornse Hop

De Martinuskerk in Schellinkhout is de afgelopen eeuwen getuige geweest van bijzondere historische gebeurtenissen, zoals een zeeslag op de Zuiderzee. De kerk, een Provinciaal Monument, wordt momenteel herbestemd door BOEi.

>

Noordhollandsch kanaal – Amsterdam

In het kader van de tentoonstelling 200 jaar Noordhollandsch Kanaal schreef historicus Maarten Hell voor ons een aantal verhalen over de geschiedenis van dit bijzondere kanaal. We beginnen met dit eerste verhaal in het Amsterdam van de 19e eeuw.

>

Haring voor iedereen!

Maanden na de watersnoodramp in januari 1916 hebben de bewoners van het getroffen gebied in Noord-Holland eindelijk weer droge voeten. Maar terwijl het land langzaam droger wordt, wordt ook duidelijk dat men het nog niet eens is over een nieuwe aanpak. Het uitblijven van adequaat beleid leidt soms tot gênante taferelen. Een aantal polders blijft maanden langer onder water staan dan gepland, duizenden kostbare vissen liggen rottend op het droge en het boerenland ligt vol met brokken veen. De mensen hebben geen idee hoe zij overstromingen te lijf moeten gaan in de toekomst. Hoe moet dat ooit goedkomen?

>

Droge voeten in Hotel Spaander

Verschillende leden van koninklijke families, beroemde kunstschilders, en de echtgenote van de Amerikaanse president. Zomaar een aantal gasten van het Volendamse Hotel Spaander van vóór 1916.

>

Op de vlucht voor het water

Veel mensen kunnen de slaap niet vatten in de nacht van 13 op 14 januari 1916. Een grote noordwesterstorm raast over het land. De wind beukt met grof geweld tegen de huizen en het vee klinkt onrustig in de stallen. Als alles het maar houdt!

>

In de armen van Amsterdam

In 1921 worden zeven Waterlandse dorpen onderdeel van de gemeente Amsterdam: Holysloot, Ransdorp, Schellingwoude, Durgerdam, Nieuwendam, Zunderdorp, en Buiksloot. Tot dan toe behoren ze tot de drie zelfstandige gemeenten Buiksloot, Nieuwendam en Ransdorp. De annexatie komt niet zozeer voort uit de expansiedrift van Amsterdam, maar uit de wens van de plattelandsgemeenschappen zelf zich aan te sluiten bij de hoofdstedelijke gemeente. Maar waarom?

>

Kerken door Zuiderzeewater verwoest

Toen de dijken van de Zuiderzee in januari 1916 na dagenlang stormweer op verschillende plaatsen doorbraken, overstroomde het water snel het laaggelegen Waterland, het oostelijke gedeelte van de Zaanstreek en de Anna Paulownapolder. De inwoners moesten in allerijl het vege lijf zien te redden.

>

‘Ik wil water zien, ook al staat het op mijn achtererf’

In het fraai uitgegeven boek 'De Waterwolf in Waterland' wordt een vrij gedetailleerd beeld gegeven van de watersnood die in januari en februari 1916 heel Waterland, de oostkant van de Zaanstreek en bijna de hele Anna Paulownapolder onder water zet. Waterschapshistoricus Diederik Aten beschrijft het hele proces van dijkdoorbraak tot dijkherstel, terwijl Frouke Wieringa de herinneringsboekjes die aan de watersnood van 1916 zijn gewijd onder de loep neemt.

>

Strijd om droge voeten begon na de watersnood pas goed

Na de watersnood van 1916 ging de bezem door het versnipperde landschap van de dijkwaterschappen. Daarvoor in de plaats kwam één groot en professioneel waterschap dat samen met Provinciale Waterstaat de strijd met het oprukkende water aan ging.

>

Eerste hulp bij watersnood

Als een watersnoodramp je omgeving overspoelt, probeer je mensen die door het water bedreigd worden natuurlijk zo snel mogelijk in veiligheid te brengen. Maar je probeert de golven ook zo goed mogelijk te beheersen, zodat het rampgebied zoveel mogelijk wordt beperkt. Tijdens de watersnoodramp van 1916 werd met man en macht gewerkt aan het dichten van gaten in de dijken en het aanleggen van nooddijken. Op deze manier werd erger voorkomen.

>

Na de watersnoodramp: wrakhout, slib en muggen

Donkere wolken dansende muggen krioelden boven stilstaande plassen, dikke lagen slib ruïneerden het land en ontzagwekkende kluiten veen lagen verspreid over de langzaam droogvallende weilanden. Toen het voorjaar kwam, diende de ene na de andere plaag zich aan in het gebied dat in januari 1916 werd getroffen door de watersnoodramp. Het water daalde en vele poeltjes met brak water in een grote wildernis bleven over. Waterlanders vreesden dat hun landerijen onbruikbaar waren geworden en er vond een grote evacuatie van ronddobberende eenden plaats. "Over alles ligt de vale dood gespreid", aldus de Nieuwe Rotterdamsche Courant op 7 mei 1916.

>

De wandelende huisjes van Andijk

Water, overal water. In de nacht van 13 op 14 januari 1916 raasde er een grote storm over Nederland waardoor verschillende delen van Noord-Holland blank kwamen te staan en veel schade aanrichtte. Eén van de plaatsen waar de woeste golven van de Zuiderzee erg dichtbij kwam, was het liefelijke dorpje Andijk. De dijk hield het hier wonder boven wonder door het werk van dijkwachten en dorpsbewoners, maar daar was dan ook alles mee gezegd. Er waren grote herstelwerkzaamheden en verbeteringen nodig om te voorkomen dat dit nog eens zou gebeuren. Maar hoe pak je dat aan? Hoe houd je iedereen veilig voor het onbetrouwbare water? Nou, gewoon, door het hele dorp 200 meter te verplaatsen.

>

Waternood na watersnood: gemeentepils lest dorst

Als gevolg van de woeste stormvloed in januari 1916 kwamen grote delen van de provincie Noord-Holland onder water te staan. De angst was groot. Huizen spoelden weg, veestapels verdwenen en er waren vele slachtoffers te betreuren. Dit was echter nog maar het begin. In de getroffen gebieden was het leven in de steeds warmer wordende maanden na de watersnoodramp tamelijk zwaar. Voedselschaarste holde de samenleving uit. Bovendien snakte iedereen naar schoon drinkwater.

>

“Wat je moet doen als de dijken doorbreken? Rennen!”

"Er wordt hard op het zuiderraam geklopt. Er wordt geroepen 'menschen houw je gereed, want de dijk staat op doorbreken!'" Jan Wit, die dit schreef, hield een dagboek bij van de watersnoodramp, die in januari 1916 Anna-Paulowna en andere gebieden rondom de Zuiderzee trof.

>

Vijf feiten over het Noordzeekanaal

Al bijna 140 jaar geleden werd 'Holland op z'n Smalst' doorgraven voor de aanleg van het Noordzeekanaal. Vijf historische feiten over deze roemruchte waterverbinding tussen Amsterdam en de Noordzee.

>

Westfriese Omringdijk

Door het geografisch bijzondere gebied van West-Friesland loopt de oudste dijk van Nederland: de Westfriese Omringdijk. Dit 126 kilometer lange provinciale monument verbindt de historische steden Alkmaar, Hoorn, Enkhuizen en Medemblik en beschermde honderden jaren lang een groot deel van Noord-Holland tegen oprukkend water.

>

‘Als loods moet je in conditie blijven, anders haal je je pensioen niet’

De loods gaat op zee aan boord. Bij stormachtig weer wordt hij met een helikopter aan boord gebracht, maar meestal brengt de 'loodstender' (loodsboot) hem. Via de 2 ½ mijl lange pier begeleidt hij het schip naar de sluis. Vervolgens gaat de tocht door het Noordzeekanaal naar de havens van IJmuiden, Beverwijk, Zaandam of Amsterdam. 80% van de schepen zijn tankers, die vaak benzine vervoeren, die vervolgens door Amsterdamse havenbedrijven aan de wensen van de klant wordt aangepast.

>