De Waddenzee

De Waddenzee is een voor de wereld uniek natuurgebied. Het is het grootste ononderbroken getijdensysteem van zandbanken en modderstromen op aarde. Het gebied strekt zich in ons land uit langs de kusten van Noord-Holland, Friesland en Groningen. Twee keer per dag verandert de Waddenzee van gezicht: bij hoogwater zie je vooral zee met hier en daar een boot. Bij eb worden de vele zandbanken, kwelders en geulen zichtbaar die te samen een landschappelijk kunstwerk vormen. En ook al doet de mens zich gelden, in de Waddenzee is de ongerepte natuur nog volop aan zet. Het samenspel van wind, getijdenstroming en de seizoenen zorgt voor een enorme diversiteit aan plant- en diersoorten.

Omdat het landschap van de Wadden zo veranderlijk is, is het een spannend gebied om te bezoeken. Bij eb kan men op blote voeten kilometers ver het wad oplopen en van dichtbij de dieren- en planten rijkdom beleven. Een glimp opvangen van een zonnebadende zeehond is dan goed mogelijk. Als je liever fietst, dan zijn de autoluwe Waddeneilanden een must. Vanaf de glooiende duintoppen kijk je over witte stranden en geniet je van prachtige vergezichten over de enige echte wildernis die ons land rijk is!

 

Verhalen

Stevinsluizen bij Den Oever

De Stevinsluizen staan aan de Noord-Hollandse kant van de Afsluitdijk, vlakbij Den Oever. Samen met de Lorentzsluizen bij Kornwerderzand, aan de Friese kant van de dijk, regelen zij het waterpeil van het IJsselmeer en daarmee ook van het achterland. Het water van het IJsselmeer wordt gespuid op de Waddenzee. De Stevinsluizen zijn vernoemd naar Hendrik Stevin (1614-1668), die al in 1667 een geniaal, maar destijds technisch onuitvoerbaar plan bedenkt om de Zuiderzee af te sluiten en in te polderen. Indirect is zijn werk een inspiratiebron voor de plannen die ingenieur Cornelis Lely in 1891 presenteert en die uiteindelijk in 1918 leiden tot de ‘Wet ter Droogmaking van de Zuiderzee’.

>

Wierdijk bij de Hoelm

De kern van de dijk waar u nu op staat is een oude wierdijk. Wierdijken ontstaan als rond het jaar 1400 dijkenbouwers ertoe overgaan om de dijken te versterken met wierpakketten. Tot die tijd zijn de dijken eigenlijk niet meer dan aarden wallen, gemaakt van opgestapelde plaggen die onder het geweld van de immer beukende golven steeds weer afkalven. Om deze afslag tegen te gaan worden er pakketten gedroogd wier(zeegras) aan de zeekant voor de dijk geplaatst. Door het wier samen te persen en te drogen ontstaan keiharde wierpakketten. Deze pakketten worden door in de grond geslagen palen op hun plaats gehouden. Dit schild van wier en palen, de wierriem genoemd, beschermt de aarden dijk die er achterligt. Door het ontbreken van de karakteristieke glooiingen, zo kenmerkend voor de hedendaagse dijk, heeft de wierdijk, met zijn steile voor- en achterkant meer iets weg van een muur. Wierdijken hebben constant onderhoud nodig, het wier klinkt in en moet worden aangevuld. Door de steile vorm is de dijk kwetsbaar voor golfslag en raakt ondermijnd. Door deze ondermijning scheurt de wierriem soms over wel honderden meters los. In het begin van de 18de eeuw komt er uit een onverwachte hoek nog een nieuw probleem bij.

>

Wierschuur op Wieringen

Vanaf de 19e eeuw wordt het zeegras uit zee gevist voor de handel en wordt het organische materiaal ook gebruikt voor het vullen van matrassen en als isolatiemateriaal. De vraag naar zeegras neemt toe. Na het maaien wordt het gras gedroogd, geperst en in balen opgeslagen in een zogenaamde wierschuur. Een wierschuur is een grote houten schuur met zwart geteerde planken. Aan het einde van de 19e eeuw staan er diverse wierschuren op Wieringen. Tegenwoordig zijn er nog een paar op Wieringen aanwezig, maar die zijn niet meer als zodanig herkenbaar. De laatste oorspronkelijke wierschuur is van De Haukes naar het openluchtmuseum te Enkhuizen gegaan en in zijn geheel herbouwd.

>

Wester- en Oosterklief op Wieringen

Het glooiende landschap van Wieringen wordt gekenmerkt door twee stuwwallen die 150.000 jaar geleden tijdens de voorlaatste ijstijd, het Saalien, werden gevormd. Deze stuwwallen bestaan uit keileem, keien, grind, zand en leem. Westerklief ligt aan de westzijde van een stuwwal, waar door erosie van de zee in de tijd dat Wieringen nog een eiland was, een klifkust was ontstaan. Zowel Westerklief als het iets oostelijker gelegen Oosterklief danken hun naam hieraan.

>

Michaëlskerk Oosterland

De geheel uit tufsteen opgetrokken Michaëlskerk dateert uit de vroege twaalfde eeuw en is daarmee een van de oudste kerken van Nederland. Voor die tijd stond er op dezelfde plek een houten kerkje dat, zoals op een bord in de kerk te lezen valt, ‘ontwijd werd door de heidensche Noormannen’.

>

WO II Bunker Atlantikwall

Bij het Fort Kijkduin in Huisduinen bij Den Helder staat een van de 14.000 betonnen bunkers die door de Duitsers tussen 1941 en 1944 als onderdeel van de Atlantikwall, ofwel de Atlantische muur, zijn gebouwd. De 2.685 kilometer lange verdedigingslinie, aangelegd ter voorkoming van een invasie van de geallieerden, loopt van Noorwegen tot de Spaanse grens. De Atlantikwall is geen aaneengesloten muur van verdedigingswerken zoals de naam suggereert. Tijdens de Tweede Wereldoorlog bestaat de verdedigingslinie uit bunkers, geschutsopstellingen, versperringen en mijnenvelden. De verdedigingswerken zijn geconcentreerd rond strategische punten zoals havens.

>

Oude Turfmarkt 127: hier zetelt de ‘Hoeder van de Gulden’.

Het voorname pand op Oude Turfmarkt 127 werd in 1865 gebouwd voor de Nederlandse Bank. Het nieuwe kantoorgebouw verving drie bestaande grachtenpanden op dezelfde locatie waarin de bank vanaf de oprichting in 1814 was gevestigd. Koning Willem I wachtte na het vertrek van de Fransen een zware taak om de ernstig verzwakte Nederlandse economie uit het slop te trekken. Zijn beleid richtte zich op het stimuleren van de handel en het verschaffen van werk voor het berooide volk. De oprichting van een nationale bank speelde hierbij een cruciale rol. In 1967 verliet de Nederlandse Bank het gebouw van waaruit de eerste bankbiljetten van ons land waren verspreid. Het verhuisde naar een gloednieuwe kantoortoren op het Frederiksplein. Sinds 1976 is het Allard Pierson museum van de Universiteit van Amsterdam gehuisvest op de Oude Turfmarkt 127. 

>

De Bunker, Paal 20 De Koog,Texel

Mijn verhaal speelt zich af in de beginjaren vijftig van de vorige eeuw. De exploitant van een door de Duitsers in de oorlogsjaren als onderdeel van de Atlantikwall gebouwde bunker op het strand bij paal 20 De Koog en nu in gebruik genomen als zomers ’Koek en Zopie’ heette C. (Kees) van der Meulen. Hij werd door iedereen ‘Ome’ Kees genoemd, was getrouwd en woonde in de Azaleastraat in Leeuwarden. Hij had een zoon die stuurman op de grote vaart was. Deze woonde in mijn herinnering op Ameland of Schiermonnikoog, maar het kan natuurlijk ook Terschelling geweest zijn. Ome Kees was op Texel verzeild geraakt door zijn werk als kok bij de ’sneeuwklokjes’ expedities naar Frankrijk, georganiseerd door de gebroeders Piet en Nanning Kikkert van het Waalenburgerhuis en hoeve Vredestein. Nog steeds herinneren in het vroege voorjaar de witte velden in de Dennen aan deze avontuurlijke tijd. Veel later kwam ik er achter dat Nanning Kikkert de bunker van Rijkswaterstaat pachtte en Ome Kees bij hem in dienst was. Ik ontmoette hem voor het eerst in de zomervakantie van 1953. Ome Kees verbleef in een strandhuisje naast de bunker. Dit huisje huurde hij van Jan Maas, de altijd goedlachse en toen nog vrijgezelle badman van het strandverhuurbedrijf Noorderbad. Maar ook in Den Burg had hij een slaapadres, een kamer boven het bekende en in de beleving van velen beruchte Café De Karseboom van Gerard Rump aan de Vismarkt. Sinds 1948 brachten mijn moeder en ik de zomers op Texel door. Mijn moeder werkte in hotel ’Het Witte Huis’ dat sinds dat jaar door haar broer Bill Visser en zijn vrouw werd geëxploiteerd. Ik ’moest’ en ging graag mee. Een mooiere zomervakantie kon ik mij niet voorstellen. Een vakantie vol strand, zee en avontuur. In 1953 was ik elf jaar, kwam van de lagere school in mijn woonplaats Baarn en was geslaagd voor het toen nog verplichte toelatingsexamen voor de middelbare school. Tijd voor een vakantiebaantje.

>

Het Joodsche Werkdorp Nieuwe Sluis

In de polder Wieringermeer ligt het voormalige ‘Joodsche Werkdorp Nieuwe Sluis’. Het bestaat uit twee rijksmonumenten, zowel het voormalige gemeenschapsgebouw als het bijbehorende terrein zijn beschermd. Het werkdorp ligt aan de westelijke rand van de Wieringermeer op enige kilometers ten oosten van de kern Wieringerwaard.

>

Van Ewijcksluis

Van Ewijcksluis, sinds 2012 onderdeel van de gemeente Hollands Kroon, ligt op de rand van de Waddenzee en het Amstelmeer, in het noordelijke puntje van de Anna Paulownapolder. Het dorp, ontstaan bij de sluis tussen de Oude Veer en het toenmalige Amsteldiep, is vernoemd naar Daniel Jacob van Ewijck van Oostbroek van de Bilt. Als gouverneur van de toenmalige Koning Willem II is hij in 1846 betrokken bij de inpoldering van de Anna Paulownapolder.

>

Noordhollands Kanaal

Verzanding van de vaargeulen in de Zuiderzee bemoeilijkt aan het begin van de negentiende eeuw de scheepvaart tussen de Noordzee en de haven van Amsterdam. De aanleg van een nieuwe, snelle verbinding voor grote, diepgaande zeeschepen is noodzakelijk. In 1819 wordt begonnen met de bouw van ‘Het Groot Noord-Hollandsch Kanaal’, op kaarten uit die tijd ook wel ‘Het Groot Amsterdamsch Kanaal door Noord-Holland’ genoemd. De bedenker is Jan Blanken, een ervaren waterstaatsingenieur en technisch adviseur van de toenmalige koning Willem I.

>

Kunstproject De Nollen

Initiatiefnemer van het Nollenproject is beeldend kunstenaar Ruud van de Wint (1942 – 2006). In 1980 trekt hij zich terug in het binnenduingebied De Nollen, toen een verwaarloosd stukje Niemandsland gelegen aan de rand van Den Helder. Van de Wint voelt zich aangetrokken door het onbestemde karakter van het 14 hectare grote gebied met restanten van bunkers uit de Tweede Wereldoorlog. Hij laat het exposeren in Europese musea achter zich en maakt van De Nollen zijn levenswerk. Hier vindt hij de artistieke vrijheid die hij zoekt, een plek waar hij kan experimenteren en zich kan concentreren op het proces. In 25 jaar verandert hij het onbestemde gebied in een ‘landschap van de verbeelding’. Van de Wint leeft voor De Nollen en sterft er onverwacht in 2006 zonder het project te voltooien.

>