De Waddenzee

De Waddenzee is een voor de wereld uniek natuurgebied. Het is het grootste ononderbroken getijdensysteem van zandbanken en modderstromen op aarde. Het gebied strekt zich in ons land uit langs de kusten van Noord-Holland, Friesland en Groningen. Twee keer per dag verandert de Waddenzee van gezicht: bij hoogwater zie je vooral zee met hier en daar een boot. Bij eb worden de vele zandbanken, kwelders en geulen zichtbaar die te samen een landschappelijk kunstwerk vormen. En ook al doet de mens zich gelden, in de Waddenzee is de ongerepte natuur nog volop aan zet. Het samenspel van wind, getijdenstroming en de seizoenen zorgt voor een enorme diversiteit aan plant- en diersoorten.

Omdat het landschap van de Wadden zo veranderlijk is, is het een spannend gebied om te bezoeken. Bij eb kan men op blote voeten kilometers ver het wad oplopen en van dichtbij de dieren- en planten rijkdom beleven. Een glimp opvangen van een zonnebadende zeehond is dan goed mogelijk. Als je liever fietst, dan zijn de autoluwe Waddeneilanden een must. Vanaf de glooiende duintoppen kijk je over witte stranden en geniet je van prachtige vergezichten over de enige echte wildernis die ons land rijk is!

 

Verhalen

Weergaloos wad is uniek in zijn soort

Het waddengebied, samen met zijn eilanden, geulen en wadplaten, is gevormd door de zee. Nergens anders in de wereld vind je een getijdenlandschap dat zo rijk is aan unieke natuurlijke verschijnselen als in de Waddenzee. Vanwege drie bijzondere eigenschappen staat de Waddenzee prominent op de UNESCO Werelderfgoedlijst.

>

Prinsengracht 126

De lijstgevel wordt in Amsterdam al in de 17de eeuw toegepast, maar dan alleen bij grote gebouwen (zoals bij het Trippenhuis, Kloveniersburgwal 29). Pas in de 18de eeuw wordt de lijstgevel ook toegepast bij gewone smalle huizen. De oplossing bij smalle huizen, waarvan de nok van het dak loodrecht op de voorgevel staat, is de lijst te verhogen met een attiek met middenverhoging of een klokgevel-achtige kuif. Zo is de verhoogde lijstgevel ontstaan.

>

Atlas der Neederlanden: Noord-Hollandse zeegeulen en ondiepten in kaart gebracht

Een verrassend groepje zee- en kustkaarten in handschrift van het kustgat tussen het vasteland en Texel,  gaat vooraf aan de meer algemene gedrukte kaarten van Holland boven het IJ. Bij deze kaartenset draait het om de nauwkeurige weergave van de wispelturige geulen, de ondiepten, de scheepswrakken en de bakens die aan een veilige doorvaart van de drukbevaren zeegaten moeten bijdragen. De veranderlijkheid van natuurlijke gegevenheden en de continue noodzaak van aanpassing van de betonning en andere bakens was een extra reden om de kaarten in handschrift uit te voeren. Een gedrukte kaart zou te snel aan veroudering onderhevig zijn en om de haverklap een nieuwe, gewijzigde oplage vereisen.

>

Opgeblazen IJsselmeerdijk 1945

Op deze plek, enkele kilometers ten zuidoosten van Den Oever, herinneren twee wielen ofwel binnenmeertjes en een kronkel in de dijk aan de ramp die hier op 17 april 1945 plaatsvindt. Duizenden mensen moeten vluchten voor het water.

>

Boomstamkano

Op deze plek is in 2007 een meer dan 5.000 jaar oude boomstamkano opgegraven. Het Trechterbekervolk maakt deze prehistorische eikenhouten kano in een tijd dat het ook de hunebedden in Drenthe bouwt.

>

De Stelling van Den Oever

Door de komst van de Afsluitdijk is Noord-Holland een stuk makkelijker te bereiken voor vijanden uit het oosten. Daarom eist het Ministerie van Defensie dat er verdedigende stellingen worden gebouwd, één bij Den Oever en één bij Kornwerderzand. De kosten van deze stellingen komen echter voor rekening van Rijkswaterstaat. De stellingen bestaan uit een aantal betonkazematten, gelegen op plateaus en strekdammen.

>

Stevinsluizen bij Den Oever

De Stevinsluizen staan aan de Noord-Hollandse kant van de Afsluitdijk, vlakbij Den Oever. Samen met de Lorentzsluizen bij Kornwerderzand, aan de Friese kant van de dijk, regelen zij het waterpeil van het IJsselmeer en daarmee ook van het achterland. Het water van het IJsselmeer wordt gespuid op de Waddenzee. De Stevinsluizen zijn vernoemd naar Hendrik Stevin (1614-1668), die al in 1667 een geniaal, maar destijds technisch onuitvoerbaar plan bedenkt om de Zuiderzee af te sluiten en in te polderen. Indirect is zijn werk een inspiratiebron voor de plannen die ingenieur Cornelis Lely in 1891 presenteert en die uiteindelijk in 1918 leiden tot de ‘Wet ter Droogmaking van de Zuiderzee’.

>

Wierdijk bij de Hoelm

De kern van de dijk waar u nu op staat is een oude wierdijk. Wierdijken ontstaan als rond het jaar 1400 dijkenbouwers ertoe overgaan om de dijken te versterken met wierpakketten. Tot die tijd zijn de dijken eigenlijk niet meer dan aarden wallen, gemaakt van opgestapelde plaggen die onder het geweld van de immer beukende golven steeds weer afkalven. Om deze afslag tegen te gaan worden er pakketten gedroogd wier(zeegras) aan de zeekant voor de dijk geplaatst. Door het wier samen te persen en te drogen ontstaan keiharde wierpakketten. Deze pakketten worden door in de grond geslagen palen op hun plaats gehouden. Dit schild van wier en palen, de wierriem genoemd, beschermt de aarden dijk die er achterligt. Door het ontbreken van de karakteristieke glooiingen, zo kenmerkend voor de hedendaagse dijk, heeft de wierdijk, met zijn steile voor- en achterkant meer iets weg van een muur. Wierdijken hebben constant onderhoud nodig, het wier klinkt in en moet worden aangevuld. Door de steile vorm is de dijk kwetsbaar voor golfslag en raakt ondermijnd. Door deze ondermijning scheurt de wierriem soms over wel honderden meters los. In het begin van de 18de eeuw komt er uit een onverwachte hoek nog een nieuw probleem bij.

>

Wierschuur op Wieringen

Vanaf de 19e eeuw wordt het zeegras uit zee gevist voor de handel en wordt het organische materiaal ook gebruikt voor het vullen van matrassen en als isolatiemateriaal. De vraag naar zeegras neemt toe. Na het maaien wordt het gras gedroogd, geperst en in balen opgeslagen in een zogenaamde wierschuur. Een wierschuur is een grote houten schuur met zwart geteerde planken. Aan het einde van de 19e eeuw staan er diverse wierschuren op Wieringen. Tegenwoordig zijn er nog een paar op Wieringen aanwezig, maar die zijn niet meer als zodanig herkenbaar. De laatste oorspronkelijke wierschuur is van De Haukes naar het openluchtmuseum te Enkhuizen gegaan en in zijn geheel herbouwd.

>

Wester- en Oosterklief op Wieringen

Het glooiende landschap van Wieringen wordt gekenmerkt door twee stuwwallen die 150.000 jaar geleden tijdens de voorlaatste ijstijd, het Saalien, werden gevormd. Deze stuwwallen bestaan uit keileem, keien, grind, zand en leem. Westerklief ligt aan de westzijde van een stuwwal, waar door erosie van de zee in de tijd dat Wieringen nog een eiland was, een klifkust was ontstaan. Zowel Westerklief als het iets oostelijker gelegen Oosterklief danken hun naam hieraan.

>