Edam

Stad van koggeschepen, koeboten en kaas De Zeemeermin van Edam Het Gemeen-landshuis in Edam Woon op het water Het gemaal van de Zuidpolder in Edam De sluis op het Oorgat in Edam Edammer kaas

’t Nut: Verheffing van het volk

Voor de arme burgers was het in de achttiende eeuw duidelijk dat de Gouden Eeuw voorbij was. Grote gezinnen van soms wel tien of twaalf mensen leefden vaak samen in een ruimte waarin gekookt, gegeten, gewassen en geslapen moest worden. Hun huizen waren vochtig en donker met slechte ventilatie. Wie het geluk had werk te hebben maakte extreem lange dagen van tien tot vijftien uur van vaak zwaar en eentonig werk. En terwijl de gewone burger streed om te overleven, waren er mensen die leefden in grote weelde en rijkdom. Er werd meer verdiend dan in de Gouden eeuw. Het nationaal inkomen steeg, maar tegelijkertijd nam de werkeloosheid toe en werd de middenstand kleiner. Het geld, dat stroomde als water, ging regelrecht naar de gegoede burgerij. Het contrast tussen arm en rijk werd groter, maar de rijken bekommerden zich er weinig om. Armen hadden hun positie te danken aan hun eigen luiheid, vond de goedbedeelde bourgeoisie. Maar armenzorg ging de elite steeds meer kosten. Ook steeg de angst voor opstand. Het probleem negeren kon niet langer.

>

Maatschappij tot Nut van ’t Algemeen

Aan het Jan Nieuwenhuizenplein, midden in het oude Edam, bevindt zich op nummer 9 een Zeventiende-eeuws huis met trapgevel en gevelsteen met een struisvogel. Daar werd op 16 november 1784 ‘Het Nut’ opgericht, het belangrijkste culturele genootschap van de negentiende eeuw. Tegenwoordig is daar nog altijd het landelijk bureau van de organisatie gevestigd.

>