Edam

Stad van koggeschepen, koeboten en kaas

De Grote Braak ten noorden van Edam

De braak is open en voorzien van een rietkraag. Hij is ellipsvormig. Het maakt onderdeel uit van de Noorder IJ- en Zeedijken die Zeevang en Waterland door de eeuwen heen beschermd hebben tegen het water van de voormalige Zuiderzee. Deze braak is een hedendaags bewijs van de historische strijd tegen het water omdat het de plek aangeeft van een vroegere dijkdoorbraak. Samen met de dijken van de IJ- en Zeedijken is het een beeldbepalend element in het Noord-Hollandse Polderlandschap.

>

Het gemaal van de Zuidpolder in Edam

Het gemaalcomplex is gebouwd in 1875 als stoomgemaal met vijzel ten behoeve van de Zuidpolder. Tegenwoordig is het een dieselgemaal. Het complex bestaat uit een machinegebouw met voor- en achterlopen en een kolenloods. Het ontwerp voor het stoomgemaal kwam van ingenieursbureau W.C. & K. de Wit uit Amsterdam.

De Zuidpolder bij Edam werd vroeger bemalen door een windmolen die het water uitsloeg in een uitwateringskanaal op de Schermerboezem vanwaar het naar de haven van Edam werd gebracht. Het stoomgemaal werd ten noorden van de molen gesitueerd. De molen werd voor reservebemaling aangehouden en hierdoor bleef hij gespaard en wordt als rijksmonument beschermd.

>

De Zuidpolderzeedijk onder Edam

Dit dijkgedeelte heeft een bochtig tracé. Behalve de dijkpalen van het Hoogheemraadschap van Uitwaterende Sluizen in Hollands Noorderkwartier, zijn hier ook die van de voormalige Vereeniging van de Noorder IJ- en Zeedijken nog te vinden.

>

De sluis op het Oorgat in Edam

Het complex (met sluiswachterswoning, schuurtje en wachthuisje) is gebouwd in 1828 als schutsluis van in de zeedijk tussen de Zuiderzee en het Oorgat. Het is nog steeds in gebruik. De ‘Zeesluis’ verving de ‘Sassluis’, die eind zeventiende of begin achttiende eeuw in de havenmonding van Edam gebouwd was. Hoewel de sluis sinds de afsluiting van de Zuiderzee geen zeewerende functie meer vervult, is het karakter van deze eens imposante zeesluis ongewijzigd.

>

Maatschappij tot Nut van het Algemeen

In deze zestiende aflevering van Oneindig Noord-Holland duiken we in de geschiedenis van de Maatschappij tot Nut van ’t Algemeen. Deze vereniging stamt uit de achttiende eeuw en bestaat nog steeds. Tegenwoordig richt ‘het Nut’ zich vooral op het voorkomen van pesten op basisscholen. Door middel van toneelstukken laat men de uitwerking van pesten zien. Met de toneelstukken wilt het Nut de kinderen laten nadenken over de mogelijkheden om pesten tegen te gaan. In de begintijd hield het Nut zich met veel meer sociale zaken bezig.

>

Keizer Karel watermanager

Aan het begin van de zestiende eeuw heerste de zee tot diep in het binnenland van Noord-Holland boven het IJ. Dat kwam omdat er nog geen scherpe scheiding tussen de zee en het binnenwater was. Via de Krommenije bij Krommeniedijk en de haven van Edam stroomde het zeewater bij vloed het Schermeer en Purmermeer in en bij eb er weer uit.

>

Edammer kaas

De oorsprong van de Edammer kaas, een klein bolvormig kaasje van ongeveer 1,7 kilo, ligt in de weidegebieden rondom het Noord-Hollandse plaatsje Edam. Vanaf de veertiende eeuw groeide Edam uit tot een belangrijke havenplaats voor export van zuivelproducten, waaronder kaas. Dit is hoogstwaarschijnlijk de reden dat de kaas die hier werd verscheept de naam Edammer kreeg. Ook sprak men wel van ‘cleyne casekens’ of ‘klootkaasjes’ (‘kloot’ betekent rond of bol). De bekende kleur van de kaas is rood. Dit komt doordat hij dan in rode paraffine verpakt wordt. Vroeger kleurde men de kaas rood met het sap van de klaproos. Maar de kaas wordt ook in de gele kleur verkocht.

>

’t Nut: Verheffing van het volk

Voor de arme burgers was het in de achttiende eeuw duidelijk dat de Gouden Eeuw voorbij was. Grote gezinnen van soms wel tien of twaalf mensen leefden vaak samen in een ruimte waarin gekookt, gegeten, gewassen en geslapen moest worden. Hun huizen waren vochtig en donker met slechte ventilatie. Wie het geluk had werk te hebben maakte extreem lange dagen van tien tot vijftien uur van vaak zwaar en eentonig werk. En terwijl de gewone burger streed om te overleven, waren er mensen die leefden in grote weelde en rijkdom. Er werd meer verdiend dan in de Gouden eeuw. Het nationaal inkomen steeg, maar tegelijkertijd nam de werkeloosheid toe en werd de middenstand kleiner. Het geld, dat stroomde als water, ging regelrecht naar de gegoede burgerij. Het contrast tussen arm en rijk werd groter, maar de rijken bekommerden zich er weinig om. Armen hadden hun positie te danken aan hun eigen luiheid, vond de goedbedeelde bourgeoisie. Maar armenzorg ging de elite steeds meer kosten. Ook steeg de angst voor opstand. Het probleem negeren kon niet langer.

>

Maatschappij tot Nut van ’t Algemeen

Aan het Jan Nieuwenhuizenplein, midden in het oude Edam, bevindt zich op nummer 9 een Zeventiende-eeuws huis met trapgevel en gevelsteen met een struisvogel. Daar werd op 16 november 1784 ‘Het Nut’ opgericht, het belangrijkste culturele genootschap van de negentiende eeuw. Tegenwoordig is daar nog altijd het landelijk bureau van de organisatie gevestigd.

>