Castricum

Nieuwe canon voert je mee in de Noord-Hollandse geschiedenis Bijzondere (bij)namen: Alkmaar en omstreken Suiker in de koffie: genotsmiddelen uit Oost en West Achter de schermen: ‘Leven in Lagen’ Met Jan Feith aan zee (1933) Bronstijdmeisje Julia en de schatten van West-Friesland Vondst van de maand: kinderschoenen Een kijkje in de keuken van vroeger Oer-IJ, toen Noord-Holland een gatenkaas van meren was De mooiste middeleeuwse vondsten Het Huis van Hilde Nationale kunstschatten in de Castricumse Duinen Werkzaamheden in het Provinciaal depot voor archeologie Blikvanger in staal Watertoren Duin en Bosch te Castricum Opgraven in Noord-Holland: Wat zijn de spelregels? Kogelpotten Het nieuwe Depot voor Bodemvondsten een stap dichterbij Castricum: het verongelukken van de vroedvrouw Castricum, forensendorp en badplaats Pastoor van Corneliuskerk door SD ondervraagd Corneliuskerk in Limmen De kalkovens in Akersloot Vondsten in het veenmoeras

Bijzondere (bij)namen: Alkmaar en omstreken

Noord-Holland kent veel plaatsen met bijzondere namen. Van sommige is de oorsprong snel vast te stellen, bij andere is het nodig om wat dieper te graven in het verleden. In deze serie verhalen onderzoeken we elke maand een andere regio van onze provincie, om achter de herkomst van de lokale plaatsnamen én bijnamen van de inwoners te komen. Deze maand: Alkmaar en omstreken.

>

Suiker in de koffie: genotsmiddelen uit Oost en West

Tijdens de zeventiende eeuw maakten Nederlanders kennis met allerlei exotische voedingswaren, zoals koffie, thee, suiker en specerijen. Deze goederen werden uit het verre Oost- en West-Indië aangevoerd door de VOC en de WIC, die de overzeese handel beheersten. Het waren echte luxeproducten, die alleen welgestelde Nederlanders zich konden veroorloven.

>

Achter de schermen: ‘Leven in Lagen’

2021 is het jaar van het ‘Ode aan het landschap’. Maar hoe is het landschap om ons heen en onder onze voeten eigenlijk ontstaan? Projectleider Mart van de Wiel geeft Oneindig Noord-Holland een kijkje achter de schermen bij de nieuwe tentoonstelling ‘Leven in Lagen’ bij Huis van Hilde en deelt zijn favoriete verhalen.

>

Met Jan Feith aan zee (1933)

Deze zomer neemt Jan Feith je mee op reis door onze provincie. Zijn historische teksten uit het album ‘Zwerftochten door ons land: Noord-Holland’ (1933) geven een beeld van zonnige duinen, drukke pleinen en pittoreske polders. Deze week: ‘In den zeewind langs onze Noordzee-kust’.

>

Bronstijdmeisje Julia en de schatten van West-Friesland

De familietentoonstelling ‘Liefs van Julia’ in Huis van Hilde toont topvondsten uit de Bronstijd, gevonden bij de aanleg van de Westfrisiaweg. Deze grote archeologische opgraving geeft ons een goed beeld van Julia en het landschap waarin zij leefde.

>

Vondst van de maand: kinderschoenen

Elke maand presenteert Huis van Hilde, het archeologiecentrum van de provincie Noord-Holland, de vondst van de maand. Daar krijgen deze bijzondere bodemvondsten een eigen vitrine, op Oneindig Noord-Holland worden ze met een verhaal in het zonnetje gezet. Deze maand staan kinderschoenen centraal.

>

Een kijkje in de keuken van vroeger

Huis van Hilde vertelt de geschiedenis van Noord-Holland aan de hand van gevonden objecten. De bodem is rijk én springlevend. Wat vertellen deze objecten ons over wat we aten? De nieuwe tentoonstelling ‘Hilde schept op; over eten van vroeger’ laat zien dat dat wel eens heel anders is geweest.

>

Oer-IJ, toen Noord-Holland een gatenkaas van meren was

Zelf noemen ze het een vergeten landschap, de driehoek tussen Velsen, Alkmaar en Amsterdam. Het is nu moeilijk voor te stellen, maar duizenden jaren geleden was dit gebied een gatenkaas van meren: het Oer-IJ. En wie er op let kan daar vandaag de dag nog veel van zien.

>

De mooiste middeleeuwse vondsten

Vondsten uit de vroege middeleeuwen zijn goed vertegenwoordigd in de Noord-Hollandse bodem. Ze vertellen het verhaal van Vikingen, graven, ridders, monniken, boeren en koopmannen uit die periode, die zorgden voor een turbulente tijd in de geschiedenis …

>

Hilde’s familie uitgebreid met Drechtje uit de Bronstijd

Toen Drechtje werd begraven, ze was tussen de 20 en 24 jaar, zal niemand hebben bevroed dat haar evenbeeld 3500 jaar later de blikvanger zou worden van een tentoonstelling over de Bronstijd in archeologiecentrum Huis van Hilde te Castricum.

>

Het Huis van Hilde

In 1995 werd het skelet opgegraven van een vrouw die in de vierde eeuw geleefd heeft. Op basis van het skelet wist men een gezichtsreconstructie te maken. Zo kreeg de archeologie letterlijk een gezicht: Hilde van Castricum. Om deze en vele andere archeologische vondsten te conserveren en te laten zien aan het publiek is een nieuw archeologisch depot ingericht. Het werd vernoemd naar deze vrouw: het Huis van Hilde.

>

Nationale kunstschatten in de Castricumse Duinen

Wie dacht dat de grootste kunstwerken van Nederland tijdens de Tweede Wereldoorlog in de musea bleven hangen zit er volledig naast. Deze lagen veilig opgeslagen in verschillende bunkers in de duinen. Het eerste idee hiervoor ontstond naar aanleiding van een reis naar Spanje door Jonkheer Willem Sandberg, destijds conservator van het Stedelijk Museum Amsterdam. Hij begon in 1939 met de aanleg van een bomvrije bunker in de Castricumse duinen die het nationaal kunstbezit moest beschermen tegen de gruwelen van de oorlog.

>

Werkzaamheden in het Provinciaal depot voor archeologie

Het Provinciaal depot voor archeologie van de Provincie Noord-Holland herbergt vele honderdduizenden vondsten van honderden opgravingen die in de afgelopen decennia zijn uitgevoerd binnen de provinciale grenzen. Veel archeologische vondsten betekent het uitvoeren van verantwoord depotbeheer om alles in zijn geheel te ontsluiten.

>

Blikvanger in staal

Op 1 april 2013 gaat de eerste paal voor het nieuwe Archeologisch Informatie Centrum de grond in. Dat verwacht architect Fons Verheijen: “Iedereen is enthousiast over het plan, alle procedures lopen. Als de eerste paal in april wordt geslagen, kan het Archeologisch Informatie Centrum in de tweede helft van 2014 zijn deuren openen.

>

Johanna’s Hoeve en Camping Bakkum

De Castricumse en Bakkumse duinen maakten in de eerste helft van de negentiende eeuw deel uit van een grootschalig ontginningsproject, bedoeld om de onvruchtbare duinvalleien voor landbouw en veeteelt geschikt te maken. Initiatiefnemer was koning Willem I. Hij kocht voor dat doel gronden op van Amsterdamse patriciërsfamilies als Barnaart, Boreel en Deutz van Assendelft. Vervolgens liet hij een aantal boerderijen op zijn nieuw verworven territorium bouwen, waaronder Johanna’s Hof uit ongeveer 1830. Het beoogde resultaat viel echter tegen. Na het overlijden van de vorst vervielen de Bakkumse bezittingen aan zijn nazaten. Aan het eind van de negentiende eeuw was dat prinses Marie von Wied, die in Duitsland woonde. In 1903 naam de provincie Noord-Holland haar bezittingen over. In de jaren twintig waren er al meer dan 500 kampeerders die hun tentje in Bakkum opsloegen en de provincie begon geld te ruiken. Besloten werd een tarief in te stellen en kampeergeld te heffen. In die vroege tijd was de fiets het aangewezen vervoermiddel. Tentje achterop en wegwezen! Fietskamperen was in het begin nog wel een elitaire aangelegenheid, maar toename van vrije tijd voor de arbeider maakte het mogelijk dat ook hij naar buiten kon. Op de seizoensplaatsen staan tegenwoordig vooral caravans, die in de winter in stallingen in de omgeving worden ondergebracht.

>

Watertoren Duin en Bosch te Castricum

Vanuit de duinen fungeert deze watertoren als een baken voor het zorgcentrum: die kant op ligt Duin en Bosch. Deze toren is voor de inwoners van Castricum al meer dan honderd jaar een vertrouwd beeldmerk. Met zijn slanke vorm en robuuste bovenstuk is het bovendien een van de goed zichtbare monumenten van Duin en Bosch.

>

Hoe dateert een archeoloog zijn vondsten?

Een van de meest voorkomende vragen uit het publiek tijdens een archeologisch onderzoek is steevast: “Hoe weten jullie nou hoe oud dat is?” Hierop wordt meestal geantwoord dat je daar veel ervaring voor moet hebben. Dat is natuurlijk wel zo, maar het is ook een sterke versimpeling van een veel gecompliceerder geheel.

>

Opgraven in Noord-Holland: Wat zijn de spelregels?

De wet is duidelijk: er mag niet worden gezocht naar archeologische plaatsen en voorwerpen, maar het vinden ervan is natuurlijk niet verboden. Het lijkt wat krom, maar toch is dit de beste bescherming voor wat er in de bodem zit; anders zou iedereen overal gaten kunnen spitten en daarmee schade toebrengen aan mogelijke belangrijke vondsten. De wet gaat natuurlijk nog veel verder en regelt dat de overheid (meestal een gemeente) verantwoordelijk is voor het juist en zorgvuldig omgaan met de archeologie binnen een bepaald gebied. Dat betekent dat iedere gemeente een eigen archeologiebeleid moet hebben ontwikkeld.

>

Kogelpotten

“Kogelpotten, zijn die gevaarlijk?” Het was misschien een wat naïeve vraag van de bezorgde mevrouw met kinderwagen op de rand van de opgravingput. De verzekering dat het hier uitsluitend ging om middeleeuws aardewerk stelde haar zichtbaar gerust. De naam van de vrijwel volledig ronde potten stamt, zoals gewoonlijk, niet uit de tijd waarin ze werden gebruikt, maar van veel later. Vanwege de kogelronde vorm werden de potten door sommigen ‘kogelpotten’ genoemd, maar in Friesland, misschien wat minder krijgslustig, worden ze aangeduid met ‘bolpotten’.

>