Het pastelportret van voornaam Nederland

In Museum Van Loon zie je tot 4 juni aanstaande een overzicht van pastelportretten, een vorm van beeldende kunst die in Nederland tot bloei kwam in de 18e en 19e eeuw. De schilderijen komen met name uit particuliere collecties.

Particulier
Museum Van Loon in Amsterdam geeft momenteel een overzicht van de belangrijkste pastelportrettisten in de 18e en 19e eeuw. Een groot deel van de portretten komt uit particuliere collecties.

Charles Howard Hodges: Groepsportret van de kinderen van Beels, ca 1833. Privé-collectie, Amsterdam.

Buitenlands

Het pastelportret, gemaakt met krijt, kwam in Nederland tot bloei dankzij een stroom aan buitenlandse kunstenaars, die een Nederlandse clientèle hadden onder bankiers, politici, de adel en het Koninklijk Huis.

Voornaam

Zo was Charles Howard Hodges (1764-1837) begin van de negentiende eeuw de belangrijkste kunstenaar die  pasteltechniek gebruikte. Zijn werk hing dan ook aan de wand van menig voornaam huis. Aan het eind van die eeuw bloeide het pastel nog één keer op, door toedoen van een kunstenaar van eigen bodem: Thérèse Schwartze (1851-1918). Haar pastelportretten waren zó populair dat haar prijzen even hoog waren als die van portretten in olieverf.

Thérèse Schwartze: Portret van Wilhelmina van Oranje-Nassau, ca. 1885-1890. Stichting Historische Verzamelingen van het Huis Oranje-Nassau, Den Haag.

Stijlkamers

In fraaie stijlkamers wil het museum de bezoekers van deze expositie, die tot 4 juni 2018 is te zien, kennis laten maken met de verfijnde portretten van ‘pastellisten’, die inmiddels in de vergetelheid zijn geraakt.  Zie www.museumvanloon.nl.