Huis van Hilde: wat mensen vroeger aten

Wat aten mensen vroeger? En hoe zorgden ze er voor dat er wat op hun bord kwam? Daarover gaat de nieuwe tentoonstelling in Huis van Hilde te Castricum.

Vandaag de dag kunnen we uit honderden verschillende vruchten en groenten kiezen. We kunnen zelfs Sushi eten als we daar zin in hebben. De eerste mensen hebben die keuze niet. Zij zijn al blij als de jacht een stukje vlees oplevert.

De eerste mensen maken van vuursteen of been scherpe punten aan hun speren, waarmee ze wild als elanden, herten en vogels vangen. Ze halen het vlees van de botten en schrapen de huiden schoon. Daar worden kleren van gemaakt. Ook ontstaan er boerderijen, waar gerst en tarwe wordt verbouwd, en waar runderen worden gehouden.
De boerderijen vragen veel zorg, zodat er minder op groot wild wordt gejaagd. Maar met visnetten kunnen toch vis en kleine dieren worden gevangen.

Bestaat het menu aanvankelijk uit vlees van de jacht, noten en vruchten, later gaan mensen  gerst en tarwe verbouwen. Ze maken er voedzame pap van. De runderen en schapen geven niet alleen vlees, maar ook melk. Gekookt wordt in potten van aardewerk.

Pijlpunt van vuursteen uit de periode 2900 – 2400 v. Chr. Gevonden aan de Braakweg in ’t Hoog, Aartswoud, Opmeer. Foto: Huis van Hilde

Een zoute vissaus

Als de Romeinen Noord-Holland aandoen, wordt het menu rijker en smakelijker. Romeinen eten meer vis dan vlees. Zo zijn ze dol op een vissaus waarvoor de gezouten ingewanden van vissen, nadat ze in de zon zijn gedroogd, worden fijngemalen.

Maar als de Romeinen weer wegtrekken, staan in de vroege middeleeuwen vooral lokale producten op het menu, zoals gerst, tarwe en hop. Pas als de handel over grote afstand weer toeneemt, onder andere door de Hanzeroute, wordt het menu weer rijker.

Bord/schotel van tin of lood-tinlegering uit de periode 1350-1550. Gevonden bij Slot op den Hoef, Egmond aan de Hoef, Berg. Foto: Huis van Hilde

In de middeleeuwen zijn er nog geen keukens, zoals we die nu kennen. In de hal van het huis brandt een haardvuur, waar vlees aan een spit wordt geroosterd. Ook staan er potten in het vuur waar eten in pruttelt.

In de zeventiende eeuw neemt de internationale handel een grote vlucht. Vanuit Amsterdam en de havens aan de Zuiderzee vertrekken handelsvloten naar exotische oorden, die nieuwe etenswaren mee terugbrengen: van aardappels tot tomaten, van sinaasappels tot specerijen.

Ketel van koper uit de periode 1500-1800. Gevonden in de Vecht bij Weesp. Foto: Huis van Hilde

Exotische vruchten

De handel met verre oorden brengt zelfs exotische vruchten naar Nederland. Zo worden er in een Amsterdamse beerput abrikozenpitten gevonden. Maar de nieuwe producten zijn niet voor iedereen weggelegd: de rijken eten tarwe, de minder bedeelden voeden zich met rogge, gerst of haver.

Lekschaal van aardewerk uit 1650-1725. Gevonden aan de Molenweg in Enkhuizen.
Foto: Huis van Hilde

Het drinken van koffie en thee wordt eerst een rage onder regenten en kooplieden, maar rond 1600 wordt het betaalbaar voor iedereen. Ook wijn wordt populair, afkomstig uit landen als Frankrijk, Italie en Duitsland, zodat tijdens diners in de betere kringen menig glaasje wordt geheven. Voor de minder bedeelden is er bier, zoals blijkt uit een Italiaans reisverslag uit 1622, waarin over de Westfriezen wordt bericht: ‘Ze leven hoofdzakelijk van roggebrood en bier, dat daar echter goedkoop te krijgen is.’ En misschien hielden ze wel helemaal niet van wijn.

Duit van koper uit 1792. Gevonden in Westwoud, Drechterland. Foto: Huis van Hilde

De tentoonstelling ‘Hilde schept op…over eten van vroeger’ is van 24 februari tot en met 21 mei te zien in Huis van Hilde. Het archeologiecentrum ligt naast NS station Castricum.