Mag het ook mooi zijn?

In het Frans Hals-museum is vanaf 10 oktober een tentoonstelling te zien over Haarlemse impressionisten en realisten. Moet je als kunstenaar altijd maar vernieuwen, experimenteren en meegaan met de laatste stroming ? Of kun je kiezen voor een andere weg, en trouw blijven aan traditie en ambacht?

Voor een aantal beroemde Haarlemse schilders zoals als Kees Verwey, Jacobus van Looy, Otto B. de Kat, Coba Ritsema  en Jaap Ploos van Amstel was het in de eerste decennia van de 20e eeuw helder: kunst moest gewoon mooi zijn om naar te kijken.

En hoewel de tijdgeest alle ruimte gaf voor het experiment, bleven zij bewust ‘conservatief’ schilderen in de traditie van het impressionisme en realisme van de late 19e eeuw. Gewoon mooi. Of, zoals Kees Verwey zei:

“Kijken is beleven, en om de belevenis is het mij te doen’.

Een belevenis, een kijk-ervaring, dat is de tentoonstelling ‘Mag het ook mooi zijn?’ dan ook helemaal.

Witte poes in een open raam (detail), Jacobus van Looy, ca. 1895. Collectie Frans Hals Museum, schenking Stichting Jacobus van Looy

Tekst: Frans Hals Museum.