In the picture: portretten van 1850 tot 1920

Het kunstenaarsportret: een portret van én door een kunstenaar. Met 'In the Picture. Kunstenaarsportretten' staat het Van Gogh Museum voor het eerst in een tentoonstelling stil bij dit genre.

De tentoonstelling geeft met meer dan zestig portretten uit de periode van 1850 tot 1920 een veelzijdig beeld van de rol en betekenis van het kunstenaarsportret. De tentoonstelling brengt vele grote namen en nieuwe gezichten samen. Naast een flink aantal zelfportretten van Vincent van Gogh, waaronder het beroemde Zelfportret met verbonden oor (1889) uit The Courtauld Gallery in Londen en het niet langer betwijfelde Zelfportret (1889) uit het Nasjonalmuseet in Oslo, bevat de tentoonstelling onder meer portretten van Edvard Munch, Thérèse Schwartze, Gustave Courbet, Berthe Morisot en Helene Schjerfbeck.

In the Picture presenteert daarnaast werk van moderne en hedendaagse kunstenaars die zich lieten inspireren door de zelfportretten van Van Gogh. Ook is er aandacht voor de vele films die aan Van Gogh zijn gewijd. De tentoonstelling is van 1 juni tot en met 30 augustus 2020 te zien.

De mens achter het kunstwerk

In de loop van de 19de eeuw wordt het portret als genre steeds populairder. De interesse in de mens achter het kunstwerk en in de kunstenaar als geïnspireerd genie groeit. Zelfportretten, portretten van kunstenaars onderling en atelierportretten zijn geliefd en worden veelvuldig gemaakt in die tijd. Schilders beelden zichzelf af om te oefenen, te experimenteren of om hun identiteit neer te zetten. Ook maken ze portretten van elkaar, vaak als teken van vriendschap. Kunstenaarsportretten bieden een uitgelezen kans voor profilering: de kunstenaar kan hiermee laten zien wat zijn kunstopvatting en zijn levensstijl is.

De tentoonstelling gaat dieper in op de keuzes van de kunstenaar en toont zo dat een portret vaak meer vertelt dan je in eerste instantie denkt. Gaat het om een goede gelijkenis, het uitdrukken van het innerlijk of het creëren van een imago? Daarbij wordt ook een verbinding gemaakt met het heden. Lisa Smit, associate conservator Van Gogh Museum: ‘Zelfverbeelding en het scheppen van een imago zijn van alle tijden. Wat laten we wel en wat juist niet zien? Uit de tentoonstelling blijkt dat deze vragen ook in de 19de eeuw speelden.’

Vincent van Gogh, ‘Zelfportret met verbonden oor’, 1889, The Courtauld Gallery, Londen.

Van Gogh en het kunstenaarsportret

Het is de eerste keer dat het Van Gogh Museum een tentoonstelling wijdt aan het genre van het kunstenaarsportret. Aanleiding om dat juist nu te doen is Van Goghs Zelfportret met verbonden oor uit 1889, dat het Van Gogh Museum sinds 2018 in bruikleen heeft van The Courtauld Gallery in Londen. Dit iconische schilderij van Vincent van Gogh met een verband om zijn hoofd, toont een kwetsbare en tegelijk krachtige kunstenaar: hij had het moeilijk en tóch bleef hij schilderen. Het schilderij vertelt iets over de identiteit, het imago, de zelfbeschouwing en het lijden van de kunstenaar: thema’s die ook centraal staan in de rest van de tentoonstelling, waarin een uiteenlopende selectie wordt getoond van kunstenaarsportretten uit de tweede helft van de 19de eeuw en de vroege 20ste eeuw.

Helene Schjerfbeck, ‘Zelfportret, zwarte achtergrond’, 1915. Finnish National Gallery / Ateneum Art Museum, Helsinki. The Hallonblad Collection.

Grote namen en nieuwe gezichten

De tentoonstelling bevat in totaal 77 werken, waarvan 53 bruiklenen uit onder andere Frankrijk, de Verenigde Staten, Engeland en Zweden. Naast Zelfportret met verbonden oor (1889) uit Londen is ook een ander belangrijk zelfportret van Vincent van Gogh te zien, een bruikleen van het Nasjonalmuseet in Oslo. De authenticiteit van dit werk werd geruime tijd betwijfeld, maar onlangs is na uitgebreid onderzoek geconcludeerd dat het portret daadwerkelijk door Van Gogh is geschilderd, in 1889 in de nadagen van een zware psychose.

De tentoonstelling toont naast schilderijen van Vincent van Gogh onder meer werk van Edvard Munch, Gustave Courbet, John Singer Sargent en Francis Bacon. Ook zijn er maar liefst dertien portretten van vrouwelijke kunstenaars, waaronder grote namen als Berthe Morisot, Charley Toorop en Thérèse Schwartze. Verder zal in het prentenkabinet gelijktijdig In the Picture. Kunstenaarsportretten op papier te zien zijn, een presentatie met prenten en tekeningen uit de eigen collectie van het Van Gogh Museum, aangevuld met een aantal bruiklenen.

Vincent van Gogh, Zelfportret, 1889, olieverf op doek, 51,5 x 45 cm, Nasjonalmuseet for kunst, arkitektur og design, Oslo, foto gemaakt door Anne Hansteen.

In de rol van Vincent

Over de hele wereld herkent men de man met de rode baard en serieuze blik. En dat terwijl er maar één portretfoto van Van Gogh bewaard is gebleven. Hoe wij hem zien is dan ook in de eerste plaats bepaald door zijn zelfportretten. In the Picture toont de grote invloed van Van Goghs zelfportretten op de generaties na hem. Veel beeldend kunstenaars raakten geïnspireerd door Van Gogh en lieten hun waardering blijken met eigen versies van de zelfportretten. Een voorbeeld hiervan zijn de twee schilderijen van Francis Bacon in de tentoonstelling, waarin hij inspeelde op Van Goghs imago als een zoekende en lijdende kunstenaar. Ook is er werk te zien van Emo Verkerk, Julian Schnabel en Guillaume Bruère.

Daarnaast spelen de vele films die gemaakt zijn over Van Goghs leven, waaronder Lust for Life (1956) en At Eternity’s Gate (2018), een rol in de tentoonstelling. Het uiterlijk van de acteurs in deze aan Van Gogh gewijde films is vaak direct gebaseerd op diens zelfportretten.

Tot slot worden in het trappenhuis van de tentoonstellingsvleugel 66 fotoportretten getoond van leerlingen van Amsterdamse scholen: een project in samenwerking met kunstenaar Maarten Bel.

Voor deze portretten gebruikten de scholieren alledaagse voorwerpen en materialen op een niet-alledaagse manier en werden zij gefotografeerd tegen een vereenvoudigde weergave van de achtergrond van Van Goghs Zelfportret met verbonden oor (1889).

Bron: Van Gogh Museum