Doorgaan in portret formaat

ONH

App het verleden naar het heden met Street Museum NL

Lees meer

Verhaal Henri Du Sauzet: hugenoot in de boekenindustrie van Amsterdam

De grootste kranten en uitgeverijen zijn tegenwoordig gevestigd in de hoofdstad van ons land, Amsterdam. Na de Tweede Wereldoorlog vestigden dagbladen als Het Parool, Trouw, Vrij Nederland en uitgeverij De Bezige Bij zich hier. Tegenwoordig bevinden de grote uitgeverijen als Meulenhoff, Querido en De Bezige Bij zich nog steeds in Amsterdam.

De oorsprong van Amsterdam als boekenstad

De oorsprong van Amsterdam als boekenstad gaat ver terug. Enkele eeuwen geleden stond de belangrijkste stad van de Republiek ook al bekend als de spil in de internationale boekenindustrie. Hierbij heeft een aparte groep uit de toenmalige samenleving een bijzondere rol gespeeld: de hugenoten.
 
Het tolerante klimaat in de Republiek en met name in Amsterdam was gunstig voor de ontwikkeling van de boekenindustrie. In de loop van de zestiende eeuw nam het aantal boekhandelaren toe. In het midden van die eeuw waren er zo'n twee tot drie actieve boekhandelaren. In 1589 groeide dit aantal uit tot zeven en twintig jaar daarna zelfs tot meer dan veertig. Na het Rampjaar van 1672 raakte de economie van de Republiek enigszins in verval, maar het belang van Amsterdam als boekenstad nam hierdoor niet af. De onderdrukking van andersdenkenden groeide in de rest van Europa, maar de Republiek bleef juist tolerant.
 
Dat maakte Amsterdam een plek waar veel vluchtelingen uit het buitenland naar toe kwamen. De tolerantie was niet alleen aantrekkelijk voor mensen, maar ook voor de ontwikkeling van de boekenindustrie. Veel tijdschriften, periodieken en boeken mochten hier nog steeds gedrukt worden, terwijl zulke uitgaven in andere landen als Frankrijk verboden waren. Amsterdam kon hierdoor op dat moment gezien worden als het hart van de boekenindustrie.

Boekhandel Rokin 74-76.

Interieur Boekhandel Scheltema en Holkema, 15 mei 1975. B...

Boekhandel Rokin 74-76.

Interieur Boekhandel Scheltema en Holkema, 15 mei 1975. Beeld: Collectie Stadsarchief Amsterdam, inventarisnummer: 010122015298.

Hugenoten in Amsterdam

Het is 1685, de koning van Frankrijk, Lodewijk XIV, heeft het Edict van Nantes herroepen. Dit Edict uit 1598 gaf de hugenoten de laatste decennia onder andere recht op eigen versterkte steden en toegang tot katholieke universiteiten. Lodewijk zag echter een land voor zich met één staatsgodsdienst en dat was niet het protestantisme van de hugenoten. Hij wilde dat iedereen zich bekeerde tot het katholicisme. De hugenoten weigerden dit, waarop de koning op brute wijze reageerde. Hij zette soldaten in om de hugenoten op andere gedachten te brengen. De soldaten woonden bij hugenootse families in huis en gebruikten geweld om de hugenoten te bekeren. Een groot gedeelte bezweek onder dit geweld, ze bekeerden zich tot het katholicisme. Veel hugenoten deden dit overigens alleen voor de vorm en de buitenwereld. Binnen de muren van hun eigen huis waren ze nog steeds protestants. Voor veel andere hugenoten was dit echter geen oplossing. Zij wilden koste wat het kost hun eigen geloof behouden en kozen voor een uitweg. Honderdduizenden hugenoten vluchtten naar het buitenland, waarvan een groot gedeelte in de Republiek terechtkwam.

Een gevaarlijke reis

De reis hiernaartoe was echter niet zonder gevaren. Lodewijk stuurde zijn soldaten achter de vluchtelingen aan. Iedereen die gepakt werd hing een gevangenisstraf of nog erger, de doodstraf, boven het hoofd. Lodewijk kende geen mededogen. De hugenoten moesten al hun bezittingen achterlaten en als ze niet na vier weken terug zouden komen van hun vlucht, werden hun bezittingen in beslag genomen. Het deerde de vluchtelingen niet. Ze wilden met alle risico’s van dien de grens bereiken, op zoek naar een veiliger toekomst in een land waar ze wel welkom waren.

Eén van deze landen was de Republiek, waar het protestantisme de belangrijkste godsdienst was. Er heerste een tolerant klimaat, waardoor ook andere godsdiensten hun eigen plek hadden. Katholieken, protestanten en joden leefden naast elkaar, zonder elkaar lastig te vallen. Voor de hugenoten die hier terechtkwamen was het een groot verschil met Frankrijk. De bestuurders van de grote steden zagen sommige hugenoten zelfs graag komen. Ze stonden bekend om hun goede handelscontacten en daar maakten onder andere de Amsterdamse bestuurders graag gebruik van. Ze adverteerden met gratis burgerschap en vrijstelling van belastingen. Niet zonder succes, want een aantal hugenoten zette succesvolle bedrijfjes op, met name in de boekenindustrie.

Boekenindustrie

Tussen 1680 en 1725 telde Amsterdam 230 boekhandelaren, waarvan er honderd tot de Waalse kerk behoorden en maar liefst tachtig echte vluchtelingen uit Frankrijk waren. Veel boekhandels waren niet alleen in handen van hugenoten, ook de werknemers waren uit Frankrijk afkomstig. Bekende hugenoten waren Jacques Desbordes en de gebroeders Huguetan. Zij vestigden hun boekwinkels rond de beurs en leverden een substantiële bijdrage aan de uitgave van tijdschriften, periodieken en boeken. Ook kaarten en prenten werden veel afgedrukt.
 
De hugenoten die werkzaam waren in de boekenindustrie stonden in nauw contact met elkaar en werkten veel samen. De tijdschriften en periodieken die door de hugenoten werden uitgegeven bestonden vooral uit artikelen die door andere hugenoten werden geschreven. Frans was in deze artikelen de voertaal. Deze taal werd door alle welgestelden van de Republiek gesproken en dus was er geen reden om in het Nederlands te schrijven. Een belangrijke persoon op het gebied van de uitgave van tijdschriften en periodieken was de hugenoot Henri Du Sauzet.

Henri Du Sauzet

Na de herroeping van het Edict van Nantes was er ook een gebied in Frankrijk dat zich verzette tegen het tirannieke bewind van Lodewijk XIV. In de Languedoc, in het zuiden van Frankrijk, kwamen tussen 1702 en 1710 Franse protestanten in opstand. De toen nog jonge Henri Du Sauzet maakte deze opstand van nabij mee. Hij kwam niet uit een hugenoots gezin en had na de herroeping van het Edict niet hoeven vluchten. Henri kwam uit een koopmansfamilie en had op een Frans collège gezeten, waar hij de klassieke talen leerde. Hij kon Latijn lezen en Grieks zowel spreken als lezen en was hier ook erg trots op. Later zou hij hier nog veel opzien mee baren toen hij een boekhandel opzette in Amsterdam.

Jezuïet

Henri wilde graag toetreden tot de intellectuele gemeenschap en moest daarvoor de nodige bagage opdoen. Hij werd daarom een jezuïet, om zodoende naar een jezuïetencollege te kunnen. Aan het Collège Royal leerde hij Latijn en Grieks te lezen en te schrijven en kreeg hij les in de esthetica. Na zijn verblijf aan deze instelling bekeerde hij zich echter tot het protestantisme, waardoor hij niet langer veilig in Frankrijk kon wonen. Voor ketters die voor die tijd ook nog eens wel katholiek waren geweest was in zijn land al helemaal geen plaats meer. Een vlucht naar de Republiek lag voor de hand, want daar heerste een tolerant godsdienstig klimaat, er was al een grote Franstalige gemeenschap aanwezig en er was een geletterde gemeenschap aan het opbloeien.
 
Henri reisde in 1713 naar de Republiek. Via de protestantse stadsstaat Genève reisde hij door Zwitserland en Duitsland naar de Republiek. Genève was op dat moment een populair toevluchtsoord voor hugenoten. De vader van zijn latere vriend Pierre des Maizeaux was er bijvoorbeeld predikant. De reis was niet zonder gevaar, maar Henri bereikte veilig en wel de protestantse Republiek.

Van Den Haag naar Amsterdam

Daar eenmaal aangekomen vestigde Henri zich eerst in Den Haag, waar hij zijn eerste boekhandel oprichtte. Nadat hij echter zijn toekomstige vrouw had ontmoet in Amsterdam, vertrok hij al snel naar deze stad. Op 1 mei 1718 trouwde hij met Elisabeth Salinières, een vrouw die afkomstig was uit een welvarende koopmansfamilie. Mede vanwege het verzoek van zijn schoonouders kwam Henri naar Amsterdam. Voor zijn handel was deze beslissing echter ook niet verkeerd. Volgens Charles de la Motte, een goede vriend van Henri, kwam hij vooral voor het vermogen van zijn schoonfamilie naar Amsterdam.
 
Een maand na zijn huwelijk schreef Henri zich in als burger van Amsterdam en kocht hij zich in als lid van het boekverkopersgilde. Op deze manier kon hij zijn eigen boekhandel beginnen. Zijn eerste winkel startte Henri al snel nadat hij zich had ingeschreven als Amsterdamse burger in de Beurssteeg. Dit was op dat moment het kloppend hart van de boekenindustrie van Amsterdam. Ook op de plek waar hij zijn tweede boekhandel begon, de Kalverstraat, zaten veel boekhandelaren, uitgevers en drukkers.

Nouvelles litéraires

Henri gaf in het begin vooral tijdschriften en periodieken uit, waarvan hij als redacteur fungeerde. Voor de inhoud van zijn eerste uitgegeven tijdschrift, 'Nouvelles litéraires', was vooral zijn vriend Pierre des Maizeaux verantwoordelijk. Deze hugenoot woonde in Londen en had ook korte tijd in de Republiek doorgebracht. Het netwerk van Henri strekte zich dus ook uit tot buiten de stadsgrenzen van Amsterdam. Naast de uitgave van dit tijdschrift bracht hij nog vele andere titels onder zijn naam uit. Ondanks de verschillende titels die hij uitgaf, kon Henri niet voorkomen dat zijn boekhandel minder winstgevend werd. In 1743 sloot hij zijn laatste boekhandel aan het Rokin. Hij verhuisde daarna naar de Singel over de Munt, waar hij zich nog uitsluitend bezighield met het redigeren van het tijdschrift 'Bibliothèque françoise'.

Failliet

Na de dood van zijn vrouw in 1744 was Henri nauwelijks meer actief als uitgever, boekhandelaar of redacteur. Drie jaar na haar overlijden ging hij failliet, met een eigen vermogen van een kleine 700 gulden. Hij hertrouwde nog wel, maar overleed in april 1754. Op 11 april 1754 werd hij begraven in de Waalse Kerk in Amsterdam. Volgens zijn goede vriend Justinus de Beyer had Henri zich te veel laten leiden door ijdelheid. Dit kwam zijn gezondheid niet ten goede, waardoor hij in zijn ogen te vroeg kwam te overlijden.

Invloed op de Amsterdamse boekenindustrie

Het verhaal van Henri Du Sauzet laat zien dat de Franse vluchtelingen veel invloed hebben gehad op de boekenindustrie van Amsterdam en de Republiek. Ze zorgden voor een impuls in de uitgaven van tijdschriften, periodieken en boeken. Daarnaast waren ze een bron van werkgelegenheid voor tal van andere hugenoten die in Amsterdam een veilig toevluchtsoord vonden. Toch laat het verhaal ook gelijk zien dat lang niet iedere hugenoot die zich hier vestigde uiteindelijk goed terechtkwam. Het lijkt er soms op dat alle hugenoten in een luxe leven belanden, waarin ze naar hartenlust allerlei tijdschriften zonder beperkingen uit konden brengen. Nog steeds waren sommige werken verboden te drukken en daarnaast bracht niet iedere boekhandel welvaart voor de hugenoot die het bedrijf opzette. Henri Du Sauzet had hier echter een goed leven in betrekkelijke welvaart en vrijheid, die hij in Frankrijk niet gekend zou hebben. Daarnaast heeft hij door de uitgave van zijn tijdschriften en periodieken een substantiële bijdrage geleverd aan de boekenindustrie van de Republiek en met name die van Amsterdam. Ten slotte mag hij gezien worden als een van de hugenoten die aan de basis hebben gestaan van de huidige positie van Amsterdam in de wereld van de uitgeverijen en kranten.
 
Auteur: Roderick Tingen.

Gerelateerde verhalen: Waalse Kerk in Haarlem: waar vluchtelingen terecht konden23 februari 1672: brand in drukkerij van BlaeuWereldplek in Amsterdam: Van Walenweeshuis tot Maison DescartesTeylers Museum zet mooiste Nederlandse atlas uit de 18de eeuw onlineAtlas der Neederlanden: de uitgevers Covens en MortierNoord-Holland als veilige haven voor vluchtelingen en arbeidsmigrantenHistorisch Amsterdam onder de loep in kaartenboek

0 reacties op Henri Du Sauzet: hugenoot in de boekenindustrie van Amsterdam



U bent ingelogd als:


Schrijf een Reactie
Voeg je eigen verhaal toe Je eigen verhaal kun je via drie eenvoudige stappen toevoegen aan Oneindig Noord Holland