Doorgaan in portret formaat

ONH

App het verleden naar het heden met Street Museum NL

Lees meer

Verhaal 'Het Gibraltar van het Noorden’


Stefan Louwers (historicus)

Amsterdam, 13 oktober 1811. Keizer Napoleon houdt een audiëntie in het Paleis op de Dam. Vandaag ontmoet de keizer Nederlandse militairen. Onder hen de oude Gerrit Jan Pijman, die tweemaal minister van Oorlog is geweest. Ook is daar Cornelis Krayenhoff, de laatste minister van Oorlog onder koning Lodewijk Napoleon. Hij had vlak voor de inlijving de koning nog geadviseerd het land tegen de troepen van zijn eigen broer te verdedigen met behulp van de Stelling van Amsterdam. Krayenhoff zou zelfs hebben gevraagd ter verdediging tegen de Fransen “aan iedereen om de stenen voor zijn deur op te nemen, dezelve op zijn voorkamer te transporteren en daarmee de aanvallende Fransen lieflijk met een steenregen te begroeten”. Dit was natuurlijk tegen het zere been van de keizer geweest, die zijn broer dan ook had gedwongen om Krayenhoff als minister te ontslaan. Die was daarna aan de slag gegaan met zijn grote levensproject: de eerste volledige topografische kaart van Nederland.

Eerst is Pijman aan de beurt. “Mag ik u voorstellen aan de heer Pijman, oud-minister van Oorlog”. De keizer denkt dat dit de eigenwijze man is die Amsterdam wilde verdedigen met zijn belachelijke plan om het omliggende land onder water te zetten. Kortaangebonden als Napoleon is, barst hij uit in een scheldkanonnade tegen de arme man. Pijnlijke vergissing.

Generaal Krayenhoff

“Mag ik u voorstellen aan generaal Krayenhoff, oud-minister van Oorlog”. De keizer neemt hem op van het hoofd tot de voeten. Ah, dat is hem! En opnieuw valt de keizer uit. Maar Krayenhoff blijft er rustig onder en dient hem van repliek. “Het koninkrijk Holland was een soeverein land. Ik was gebonden aan mijn militaire eed van trouw jegens de koning”. Daar heeft de keizer, zelf militair, niet van terug. Voor zo iemand heeft hij respect.
Napoleon ondervraagt Krayenhoff uitvoerig over militaire zaken. Een week later krijgt de generaal om half zeven ‘s ochtends bevel om de keizer te vergezellen bij de inspectie van de fortificaties in Muiden en Naarden. Krayenhoff legt uit hoe hij Amsterdam met zijn Stelling had willen verdedigen. De keizer eet uit zijn hand en wordt volledig overtuigd. “Ik ben zeer tevreden, generaal”. Krayenhoff wordt zelfs opgenomen in de commissie ter verdediging van Parijs.

Het visioen van de keizer

Het hele bezoek van de keizer aan Nederland stond vooral in het teken van militaire inspecties. De keizer was na de eerdere Britse invasies van 1799 (Noord-Holland) en 1809 (Walcheren) als de dood dat zoiets weer zou gebeuren. Omdat hij bezig was met de voorbereidingen van zijn Russische veldtocht een jaar later, wilde hij voorkomen dat hij in de rug zou worden aangevallen. Vandaar dat hij zijn noordelijke gebieden zo goed mogelijk wilde kunnen verdedigen.

Maar dat was niet alles. Omdat Napoleon veel troepen nodig had voor zijn plannen tegen Rusland, wilde hij ook zelf zien hoe het oproepen voor de dienstplicht verliep en wat de kwaliteit van de Nederlandse manschappen was. Napoleon verlangde 35.000 soldaten en 40.000 paarden uit Nederland. Deze oproeping leidde tot veel verzet. Vooral in het voorjaar, wanneer de nieuwe dienstplichtigen zich moesten melden, kwam het vaak tot rellen en oproer.

Straatnaambordje

Napoleon was zijn bezoek begonnen in Zeeland. Dat was nog maar twee jaar eerder bijna veroverd door de Engelsen. Noord-Holland zag hij als de tweede mogelijke zwakke plek. Op de kaart leek het hem dat Den Helder, een onbeduidende vissersplaats met een kleine werf op de noordelijke punt van dit schiereiland, het meest in aanmerking kwam voor militaire versterking. Sterker nog: de keizer had een visioen dat Den Helder zou uitgroeien tot het ‘Gibraltar van het Noorden’.

Straatnaambordje

De keizer arriveerde in Den Helder op 15 oktober 1811. Hij voerde inspecties uit zowel te land als ter zee. Deze inspecties sterkten Napoleon in zijn ideeën over de mogelijkheden van Den Helder. Hij verblijdde het dorpje dan ook met drie fraaie straatnamen: de Rue Napoléon, de Rue de l’Impératrice en de Rue de Roi de Rome. Ook op een andere manier gaf Napoleon blijk van zijn waardering: Parijs kent tot de dag van vandaag een heuse Rue Helder en een Rue Texel.

De keizer gaf na zijn bezoek opdracht tot de bouw van grote vestingwerken, omgeven door bastions en zogenaamde ravelijnen (buitenwerken). De forten moesten worden genoemd naar gesneuvelde vertrouwelingen van hem: Morland, Lasalle en Dugommier.

Napoleon bezocht ook het eiland Texel. Daar moest het bestaande fort De Schans bij Oudeschild zo sterk worden dat geen vijand het in zijn hoofd zou halen er zelfs maar in de buurt te komen.

De uitvoering van de werkzaamheden verliep traag. Naast geldgebrek speelde ook de moeizame aanvoer van bouwmaterialen een rol. Wegen en kanalen waren er niet, dus alles moest per schip over de Zuiderzee. Toen de plannen dan uiteindelijk waren uitgevoerd, was Napoleon al lang ten val gekomen. Toch was op het moment dat de Fransen het grootste deel van Nederland hals over kop hadden verlaten al zoveel van de plannen gerealiseerd dat Den Helder in Franse handen bleef tot mei 1814. Op dat moment waren de Oranjes al vijf maanden aan de macht in de rest van het land. Koning Willem I ging verder waar de Fransen waren gebleven. De forten kregen nieuwe namen, zoals Willemsoord en Kijkduin. Den Helder ontwikkelde zich tot de belangrijkste marinehaven van het land. De visie van Napoleon was uitgevoerd.

Dit verhaal maakt deel uit van de campagne Werelderfgoed.
Klik hier om terug te gaan naar het thema De Waddenzee.

Fort bij Oudeschild Texel

0 reacties op 'Het Gibraltar van het Noorden’



U bent ingelogd als:


Schrijf een Reactie
Voeg je eigen verhaal toe Je eigen verhaal kun je via drie eenvoudige stappen toevoegen aan Oneindig Noord Holland