Doorgaan in portret formaat

ONH

App het verleden naar het heden met Street Museum NL

Lees meer

Verhaal De Maatschappij tot Nut van 't Algemeen


Hoe het begon...

Hoewel het misschien wat vreemd aandoet 'Het Nut' in een legendenroute door Edam te verwerken, is het levenswerk van Jan Nieuwenhuyzen best legendarisch te noemen. In een oud huis met trapgevel en struisvogel-gevelsteen in het hart van de stad werd op 16 november 1784, door de zoon van Jan Nieuwenhuyzen, 'het Nut' opgericht. Het was de tijd van de Verlichting en van omwentelingen, in Frankrijk maar ook in Holland waar de patriotten zich roerden.

Portret van Jan Nieuwenhuyzen door Adriaan de Lelie.

Beeld: Rijksmuseum.

Portret van Jan Nieuwenhuyzen door Adriaan de Lelie.

Beeld: Rijksmuseum.

Jan Nieuwenhuyzen

In die tijd bracht sociale betrokkenheid een predikant en enkele eenvoudige burgers ertoe initiatieven te ondernemen ter bevordering van het algemeen volksgeluk. In een gesprekskring met leden uit Monnickendam en Edam opperde de doopsgezinde predikant te Monnickendam, Jan Nieuwenhuyzen, het - in de sfeer van die tijd passende - plan om een genootschap voor volksontwikkeling te stichten. Het doel was om mensen die daartoe zelf niet de mogelijkheid hadden, te helpen om kennis te verwerven door hen te voorzien van (school)boeken die in eenvoudige taal geschreven waren. Dit initiatief werd concreet uitgewerkt door zijn zoon Martinus Nieuwenhuyzen, arts te Edam.

Martinus Nieuwenhuyzen.

Beeld: collectie het Nut.

Martinus Nieuwenhuyzen.

Beeld: collectie het Nut.

Opvoeding der jeugd, verbetering en beschaving van den burger

Martinus stelde voor om een genootschap op te richten met als doelstelling "de verbetering van het schoolwezen en de opvoeding der jeugd als de voornaamste grondslag ter vorming, verbetering en beschaving van den burger". Tijdens de op 16 november 1784 in de doopsgezinde pastorie te Edam gehouden oprichtingsvergadering werd deze doelstelling aanvaard. Besloten werd tot oprichting van een "Genoodschap van Konsten en Wetenschappen, onder de zinspreuk: Tot Nut van 't Algemeen".

Gravure uit 1784 door B. de Bakker met gotische letters en prentjes.

Beeld: collectie Edams Museum.

Gravure uit 1784 door B. de Bakker met gotische letters en prentjes.

Beeld: collectie Edams Museum.

Gevlucht voor de Prinsgezinden

Martinus was midden jaren tachtig van de 18e eeuw arts in Edam geworden. Maar lang hield hij dit niet vol. Martinus koos in deze bewogen jaren de kant van de patriotten, terwijl de stadsbestuurders prinsgezind waren. In 1787 liepen de conflicten zo hoog op dat Martinus moest vluchten. Het archief van de Maatschappij tot Nut nam hij mee. De jonge arts vestigde zich in Amsterdam. Hier riep hij ook een nieuw hoofdbestuur in het leven. Een paar jaar later, nog maar 33 jaar oud, zou hij plotseling overlijden. Tijdens zijn korte leven ijverde Martinus vooral voor beter volksonderwijs. Hij schreef ook verschillende schoolboekjes.

Het huis met de struis

Aan het Jan Nieuwenhuizenplein, midden in het oude Edam, bevindt zich op nummer 9 een 17e-eeuws huis met trapgevel en gevelsteen met een struisvogel. Daar werd op 16 november 1784 'het Nut' opgericht, het belangrijkste culturele genootschap van de negentiende eeuw. Tegenwoordig is daar nog altijd het landelijk bureau van de organisatie gevestigd. En verder herbergt het pand de Muziekkamer. 

Schilderij door G. Springer van het pand van het Nut.

Beeld: Maatschappij tot Nut van 't Algemeen.

Schilderij door G. Springer van het pand van het Nut.

Beeld: Maatschappij tot Nut van 't Algemeen.

Verschil tussen vader en zoon

Sinds de oprichting van Het Nut is gestreefd naar bereikbaarheid van onderwijs voor iedereen, vooral door het stichten van kleuter- en lagere scholen en de uitgave van schoolboeken. Daarbij stichtte het Nut ook onderwijzersopleidingen (kweekscholen) en andere vormen van beroepsonderwijs.
De aandacht voor het onderwijs is voornamelijk geïnitieerd door zoon Martinus; vader Jan Nieuwenhuyzen richtte zich aanvankelijk vooral op het verspreiden van kennis onder minvermogenden. Reeds op de oprichtingsvergadering werd op aandringen van zoon Martinus besloten aan die taak toe te voegen: "de verbetering van het schoolwezen en de opvoeding der jeugd, als de voornaamste grondslag zijnde ter vorming, verbetering en beschaving van den burger". De geschiedenis van het Nut in de eerste jaren van zijn bestaan toont aan dat Jan Nieuwenhuyzens voornaamste streven om door de uitgave van geschriften op gemoedelijke en opvoedende wijze de volwassenen aan hun plichten te herinneren en hun geestelijk leven op hoger peil te brengen, in zekere mate heeft moeten wijken voor de mening van zijn zoon, die de taak van het Nut in hoofdzaak zocht in onderwijs en opvoeding. Zo werden er prijsvragen uitgeschreven voor leermethodes voor taal en rekenen, werd er geïnvesteerd in  de opleiding van onderwijzers en kwam er een plan voor een schoolbibliotheek (een serie boeken met de gehele leerstof van de lagere school).

Schoolprent van het Nut.

Beeld: Maatschappij tot Nut van 't Algemeen.

Schoolprent van het Nut.

Beeld: Maatschappij tot Nut van 't Algemeen.

Scholen en spaarbanken

Naast kleuterscholen, basisscholen en vervolgonderwijs richtte het Nut de afgelopen eeuwen opleidingsscholen op voor onderwijzers en het Nutsseminarium voor pedagogiek aan de Universiteit van Amsterdam. In de provincie Noord-Holland bestaan de Nutsscholen niet meer, maar elders zijn er nog 55 te vinden. De Maatschappij tot Nut van 't Algemeen bevorderde de oprichting van leesbibliotheken en spaarbanken en bracht belangrijke adviezen uit op het gebied van de sociale wetgeving. Uit de Nutsspaarbank, waarvan de eerste in 1817 werd opgericht, zou later de VSB Bank voortkomen.

Nog altijd actief

Na 1850 begonnen andere organisaties steeds vaker de taken van het Nut over te nemen, zoals de matigheid- en afschaffinggenootschappen, het Onderwijzers-Genootschap, de Maatschappijen van Weldadigheid en van Landbouw, de Maatschappij tot Bevordering der Toonkunst, verenigingen voor volksvoordrachten en volksvermaken, brei- en naaischolen en bibliotheken. Desondanks is het genootschap blijven bestaan. De bijna 100 departementen tellen samen ongeveer 10.000 leden. In Noord-Holland zijn nog 14 departementen actief, waaronder in de Beemster, Broek in Waterland en natuurlijk Edam. Dit oudste Nutsdepartement van Nederland organiseert van oktober tot mei nog altijd lezingen, excursies, cursussen, theaterbezoeken en concerten.

Auteur en samenstelling: Robert J. Lammers (Edams Museum).

Bron

Website van het Nut

Dit is een routepunt van de Legenden & Verhalen Route door Edam.

Gerelateerde routes: 't Nut: Verheffing van het volkVernieuwing en traditie in Felix MeritisMaatschappij tot Nut van het AlgemeenScholing voor ‘een volk van metselaars en timmerlieden’Van een toren die ging buigen en bogen die de eeuwen doorstaan…
Gerelateerde verhalen: 't Nut: Verheffing van het volkVernieuwing en traditie in Felix MeritisMaatschappij tot Nut van het AlgemeenScholing voor ‘een volk van metselaars en timmerlieden’Van een toren die ging buigen en bogen die de eeuwen doorstaan…

Automatisch gerelateerde routes: 't Nut: Verheffing van het volkVernieuwing en traditie in Felix MeritisMaatschappij tot Nut van het AlgemeenScholing voor ‘een volk van metselaars en timmerlieden’Van een toren die ging buigen en bogen die de eeuwen doorstaan…
Automatisch gerelateerde verhalen: 't Nut: Verheffing van het volkVernieuwing en traditie in Felix MeritisMaatschappij tot Nut van het AlgemeenScholing voor ‘een volk van metselaars en timmerlieden’Van een toren die ging buigen en bogen die de eeuwen doorstaan…

0 reacties op De Maatschappij tot Nut van 't Algemeen



U bent ingelogd als:


Schrijf een Reactie
Voeg je eigen verhaal toe Je eigen verhaal kun je via drie eenvoudige stappen toevoegen aan Oneindig Noord Holland